Vlucht: van vliegtuig tot vluchteling
Een vlucht is een reis door de lucht, het ontsnappen aan gevaar, of een groep vogels. Het woord hoort bij vliegen en vluchten, en dat zijn twee verschillende werkwoorden.
Het woord vlucht heeft twee gezichten. Het Nederlandse woord dekt zowel *vliegen* als *vluchten*, en dat verklaart waarom het zowel een reis als een ontsnapping kan zijn. In het dagelijks leven denk je meestal aan het vliegtuig.
- Reis door de lucht. *Mijn vlucht naar Londen vertrekt om acht uur.*
- Het ontsnappen. *De dief koos de vlucht.*
- Groep vogels. *Een vlucht ganzen trok over.*
- Snelle groei (figuurlijk). *Zijn carrière nam een grote vlucht.*
Vormen
| Vorm | Woord | Opmerking |
|---|---|---|
| Lidwoord | de vlucht | De-woord. |
| Meervoud | vluchten | Met -en. |
| Samenstellingen | vluchtnummer, vluchteling | Vliegen of vluchten. |
| Uitdrukking | de vlucht nemen | Ontsnappen. |
Vlucht in een zin
- Onze vlucht is een uur vertraagd.Vliegveldtaal; neutraal.
- Hij nam de vlucht toen de politie kwam.Ontsnappen; dagelijks.
- De zwaluwen vormden een vlucht boven het veld.Natuurbeschrijving.
Twee woorden in één
De twee betekenissen zijn nauw verwant: de vliegbetekenis hoort bij het werkwoord *vliegen* en de ontsnapping bij *vluchten*, en beide gaan terug op dezelfde oude Germaanse stam. Een vlucht kan dus zowel een reis in de lucht zijn als een snelle ontsnapping te voet. Je vindt het woord ook in het dier vlieg, terwijl een vogel in een vlucht een heel andere indruk geeft dan een reisvlucht. Let op de uitdrukking *op de vlucht zijn*: dat betekent dat iemand wegloopt voor gevaar of voor de politie, en dus niet reist voor zijn plezier.
Is vlucht een de-woord?
Ja: de vlucht, meervoud vluchten.
Wat is een vluchteling?
Iemand die uit zijn land moet vluchten, bijvoorbeeld door oorlog.