Onrust: van ongemak tot klokkenwerk
Onrust is een gevoel van spanning of ongemak, of een toestand waarin mensen of dieren niet tot rust komen. In de uurwerkkunde is het ook het balanswiel van een mechanisch horloge.
Onrust is het tegendeel van rust. Je kunt het voelen, zoals een knoop in je maag, maar ook zien: onrust in een stad betekent spanningen en ongeregeldheden. Het woord kent dus een persoonlijke en een maatschappelijke kant.
- Innerlijke spanning. *Ze voelde onrust voor het examen.*
- Maatschappelijke onrust. *Er heerste onrust in de wijk.*
- Balanswiel van een uurwerk. *De onrust zorgt voor de regelmatige gang van het horloge.*
Vormen en samenstellingen
| Vorm | Woord | Opmerking |
|---|---|---|
| Lidwoord | de onrust | vrouwelijk |
| Meervoud | onrusten | zelden; meestal 'onrust' enkelvoud |
| Bijvoeglijk | onrustig | niet kalm |
| Werkwoord | verontrusten | angst aanjagen |
| Samenstelling | onrustzaaier | iemand die onrust veroorzaakt |
Onrust in een zin
- Er was veel onrust op school.Nieuwsregister, meestal enkelvoud.
- Hij sliep onrustig.Bijwoord van 'onrustig'.
- De onrust in het uurwerk is kapot.Vaktaal van horlogemakers.
Een mechanisch hartslag
In mechanische klokken zorgt de onrust, een klein wiel met een veer, voor een vaste cadans. Dat het onderdeel 'onrust' heet, is geen tegenstrijdigheid: het beweegt voortdurend heen en weer en geeft daarmee de maat. Het woord is gevormd met het voorvoegsel *on-* en 'rust'. In de politiek spreekt men van 'sociale onrust' wanneer de spanning in een samenleving oploopt. Het staat dicht bij paniek, maar milder, en bij angst, die meer gericht is.
Wat is het verschil tussen onrust en angst?
Onrust is vaag en algemeen; angst richt zich meestal op iets concreets.
Heeft onrust een meervoud?
Het meervoud 'onrusten' bestaat maar is zeldzaam; meestal gebruik je het enkelvoud.