Vlieg: een insect, een baardje en een werkwoordsvorm
De vlieg is een klein vliegend insect met twee vleugels. Ook: een kunstaas bij het hengelen, een plukje baard onder de lip en een vorm van het werkwoord vliegen.
De vlieg kent iedereen: een zoemend insect dat om je eten cirkelt. Toch is het woord handiger dan het lijkt, want 'ik vlieg' is ook gewoon de eerste persoon van het werkwoord vliegen. Dat maakt de vlieg tot een woord met meerdere gezichten, van de keuken tot de hengelsport en het kapsalon.
- Insect met twee vleugels. *Er zit een vlieg op het raam.*
- Kunstaas bij het vissen. *Hij hengelt met een zelfgebonden vlieg.*
- Plukje haar onder de onderlip. *Hij liet een vlieg staan.*
- Werkwoordsvorm. *Ik vlieg morgen naar Lissabon.*
Vormen
| Kenmerk | Vorm | Voorbeeld |
|---|---|---|
| Lidwoord | de vlieg | De vlieg zoemt. |
| Meervoud | vliegen | Veel vliegen in de zomer. |
| Verkleinwoord | vliegje | Een vliegje in je glas. |
| Werkwoord | ik vlieg, vloog, gevlogen | Ze is gevlogen. |
| Samenstelling | fruitvlieg | Fruitvliegen in de keuken. |
Voorbeelden uit het dagelijks gebruik
- Er zat een vlieg in de soep.Klassiek ongemak in een restaurant; ook in België gewoon vlieg.
- Hij doet geen vlieg kwaad.Zegt dat iemand erg zachtaardig is.
- Twee vliegen in één klap slaan.Met één handeling twee doelen bereiken.
Spreekwoorden over vliegen
- Een mug uitzeven en een kameel inslikken: over kleinigheden zeuren en grote zaken negeren.
- Een olifant van een mug maken: iets veel groter maken dan het is, zie olifant.
- Zo stil dat je een vlieg kunt horen: doodstil.
- Een vlieg in de zalf: een kleine fout die iets goeds bederft.
Is vlieg ook een werkwoord?
Ja, de stam van vliegen. Je schrijft 'ik vlieg' en 'jij vliegt'; de vlieg als insect is een zelfstandig naamwoord.
Heeft een vlieg wel een steek?
Gewone huisvliegen steken niet. Daarvoor heb je insecten als paardenvliegen nodig, die kunnen wel bijten.