Vlieg: een insect, een baardje en een werkwoordsvorm

De vlieg is een klein vliegend insect met twee vleugels. Ook: een kunstaas bij het hengelen, een plukje baard onder de lip en een vorm van het werkwoord vliegen.

De vlieg kent iedereen: een zoemend insect dat om je eten cirkelt. Toch is het woord handiger dan het lijkt, want 'ik vlieg' is ook gewoon de eerste persoon van het werkwoord vliegen. Dat maakt de vlieg tot een woord met meerdere gezichten, van de keuken tot de hengelsport en het kapsalon.

Vormen

KenmerkVormVoorbeeld
Lidwoordde vliegDe vlieg zoemt.
MeervoudvliegenVeel vliegen in de zomer.
VerkleinwoordvliegjeEen vliegje in je glas.
Werkwoordik vlieg, vloog, gevlogenZe is gevlogen.
SamenstellingfruitvliegFruitvliegen in de keuken.

Voorbeelden uit het dagelijks gebruik

Spreekwoorden over vliegen

Is vlieg ook een werkwoord?

Ja, de stam van vliegen. Je schrijft 'ik vlieg' en 'jij vliegt'; de vlieg als insect is een zelfstandig naamwoord.

Heeft een vlieg wel een steek?

Gewone huisvliegen steken niet. Daarvoor heb je insecten als paardenvliegen nodig, die kunnen wel bijten.

Bronnen

WhatsAppXTelegramFacebook

Meer woorden van 5 letters