Burger: een gewone inwoner of een broodje

Een burger is een gewone inwoner van een land of stad, maar ook een hamburger. Het woord heeft dus twee verschillende herkomsten.

Een burger is een gewone inwoner van een stad of land, maar ook een broodje met een gehaktschijf. Het eerste woord komt van burg, een versterkte stad, en het tweede is een afkorting van hamburger, naar de Duitse stad Hamburg. Zo hebben twee woorden uit verschillende bronnen dezelfde schrijfwijze gekregen, net als soldaat en burger elkaars tegenpool zijn.

Vormen

KenmerkVormOpmerking
Lidwoordde burgermannelijk
Meervoudburgersregelmatig
Verkleinwoordburgertjeook burgerman
Bijvoeglijkburgerlijkook burgerlijke stand
Samenstellingburgemeester, burgerzakenook medeburger

Zo gebruik je het

Twee woorden, één spelling

Zo'n geval heet een homoniem: twee woorden met dezelfde vorm maar een andere betekenis en herkomst. Het broodje is een leenwoord uit het Engels, de inwoner een erfwoord. Je ziet het in samenstellingen als kipburger en vegaburger. Voor de inwoner gebruik je ook medeburger, wanneer je een gemeenschap als geheel aanspreekt, en in toespraken hoor je soms geachte burgers. Het woord *burgemeester* heeft de eerste vorm in zich, want de burgemeester was oorspronkelijk de eerste onder de burgers.

Waarom heet het burger?

Als broodje komt het van hamburger; als inwoner komt het van burg.

Is burgerlijk hetzelfde als burger?

Nee, burgerlijk heeft meerdere betekenissen, zoals niet-militair of conventioneel.

Bronnen

WhatsAppXTelegramFacebook

Meer woorden van 6 letters