Kleur: wat je ziet en wat je bekent
Kleur is de indruk die licht op je oog maakt, zoals rood of blauw. Het woord heeft ook overdrachtelijke betekenissen, zoals gezonde gelaatskleur of politiek standpunt.
De kleur van iets bepaalt vaak hoe je het ervaart. Waar *kleur bekennen* nu betekent dat je openlijk je mening geeft, komt de uitdrukking oorspronkelijk uit het kaartspel. Wie een kaart speelt, moet de kleur volgen, en dat noemden spelers kleur bekennen.
- Zichtbare eigenschap van licht. *Welke kleur heeft jouw auto?*
- Gezonde gelaatskleur. *Je hebt weer wat kleur gekregen.*
- Reeks in een kaartspel. *Harten is een rode kleur.*
- Politiek of levensbeschouwelijk standpunt. *Het kabinet heeft een linkse kleur.*
Vormen van kleur
| Vorm | Woord | Voorbeeld |
|---|---|---|
| Lidwoord | de kleur | Geslacht: de-woord |
| Meervoud | kleuren | Twee kleuren |
| Verkleinwoord | kleurtje | Een kleurtje krijgen |
| Werkwoord | kleuren | Het blad kleurt rood |
| Samenstelling | kleurplaat | Een kleurplaat voor kinderen |
Kleur in een zin
- Welke kleur heeft de lucht vandaag?Neutraal en alledaags.
- Het is tijd om kleur te bekennen.Uitdrukking: je standpunt openlijk laten weten.
- Haar wangen kregen weer wat kleur.Het gaat hier om gezondheid.
Herkomst en kleurwoorden
Het woord kwam in de middeleeuwen via het Oudfrans *colour* uit het Latijnse *color*. Het is dus verwant aan het Engelse *colour*, al schrijf je het Nederlandse woord nooit met c. Voorbeelden van kleuren zijn blauw, groen en geel; het zijn bijvoeglijke naamwoorden die ook als zelfstandig naamwoord kunnen dienen.
Hoe schrijf je kleur?
Altijd met k en eur: kleur, nooit color of colour.
Wat betekent kleur bekennen?
Je standpunt of voorkeur duidelijk maken; de uitdrukking komt uit het kaartspel.