Fiets, velo of rijwiel? Een woord met een onzekere herkomst

Een fiets is een voertuig met twee wielen dat je met trapbewegingen aandrijft. Het woord kent een eigen reeks samenstellingen, van racefiets tot ligfiets.

Een fiets is een rijwiel met twee wielen, een stuur en pedalen. In Nederland zijn er meer fietsen dan inwoners, en het woord is daardoor bijna een nationaal symbool geworden. Het is een kort, eenvoudig woord dat je niet snel verkeerd schrijft.

Vormen

VormWoordOpmerking
Lidwoordde fietsDe-woord.
MeervoudfietsenAlle fietsen staan buiten.
VerkleinwoordfietsjeEen fietsje voor de kleinste.
Voltooid deelwoordgefietstHij is naar huis gefietst.
Hulpwerkwoordhebben of zijnZonder doel: heeft gefietst; met richting: is gefietst.

Fiets in een zin

Herkomst en regionale verschillen

Waar fiets vandaan komt, is niet zeker. Sommigen denken aan een vervorming van *vélocipède*, anderen aan een dialectwoord. In Vlaanderen gebruik je naast fiets ook *velo*, vooral in de omgang en in samenstellingen als *koersfiets*. Het wiel draait door trappen, en dat verklaart ook de vele uitdrukkingen zoals *op de fiets stappen*.

Zeg je de fiets of het fiets?

Altijd de fiets. Het is een de-woord in alle regio's.

Gebruik je hebben of zijn bij fietsen?

Zonder richting hebben, met bestemming zijn: ik heb gefietst, ik ben naar Utrecht gefietst.

Bronnen

WhatsAppXTelegramFacebook

Meer woorden van 5 letters