Wiel: rond rad, draaiend onderdeel en kolk achter de dijk
Een wiel is een rond voorwerp dat om een as draait, zoals aan een fiets of auto. In Nederland is het ook een kolk die na een dijkdoorbraak overblijft.
Een wiel is een rond onderdeel dat om een as draait. Wie 'het wiel opnieuw uitvindt', doet iets wat al lang bestaat, en wie 'een spaak in het wiel steekt', saboteert. Het woord is tegelijk technisch en figuurlijk.
- Draaiend rond onderdeel. *Een lek wiel.*
- Fiets (informeel). *Hij kwam op twee wielen.*
- Kolk achter een dijk (regionaal). *Het wiel bij de rivier is diep.*
- Verwant: fiets. Een fiets rolt op twee wielen.
Vormen
| Vorm | Woord | Voorbeeld |
|---|---|---|
| Lidwoord | het wiel | Het wiel draait. |
| Meervoud | wielen | Vier wielen. |
| Verkleinwoord | wieltje | Een wieltje. |
| Samenstelling | wielrennen, stuurwiel | Het stuurwiel. |
| Verwant | rad | Een rad draait. |
Voorbeeldzinnen
- De wielen van de auto zijn versleten.Techniek en vervoer.
- Hij stak haar plannen een spaak in het wiel.Figuurlijk: hinderen.
- Achter de dijk ligt een diep wiel.Landschapswoord; in rivierstreken.
Wiel of rad?
- Wiel: het gebruikelijke, algemene woord voor een draaiend onderdeel van voertuigen.
- Rad: vooral voor tandwielen, het rad van fortuin of een watermolen.
- Wielrennen: koersen op de fiets; *wielrenner* is de sporter.
- Een spaak in het wiel steken: hinderen.
- Het wiel opnieuw uitvinden: iets doen wat al bestaat.
- Het woord is verwant aan Engels *wheel*. Je kunt het zien in auto-woorden als *autowiel* en *reservewiel*.
Is een wiel hetzelfde als een rad?
Niet helemaal: wiel is het gewone woord voor voertuigen, rad vooral voor tandwielen of figuurlijk gebruik.
Wat is een wiel bij een dijk?
Een kolk die ontstond waar een dijk doorbrak; de diepe plas bleef achter.