Trappen: schoppen, stappen en trapte of trapte?

Trappen betekent met je voet slaan of schoppen, maar ook op de pedalen van een fiets drukken. Er is ook een zelfstandig naamwoord trap voor een trap met treden.

Trappen is iets met je voet raken, of op een pedaal drukken. Wie in iets 'trapt', laat zich er gewoon in luizen. Het werkwoord is regelmatig, maar de vorm 'trapte' wordt vaak verkeerd geschreven.

Vormen

VormTrappenVoorbeeld
InfinitieftrappenZij kan hard trappen.
Tegenwoordige tijd (hij)traptHij trapt de bal.
Verleden tijdtrapte / traptenZij trapte erop.
Voltooid deelwoordgetraptHet is getrapt.
Hulpwerkwoordhebben; zijn bij erin trappenHij heeft getrapt. Ik ben erin getrapt.

Zo gebruik je het in een zin

Het zelfstandig naamwoord en de uitdrukking

Trappen is het werkwoord, een trap het zelfstandig naamwoord: ā€˜de trap naar boven’. Voor de vervoeging gebruik je 't kofschip. De stam *trap* eindigt op een p, een van de letters in 't kofschip, dus de verleden tijd is *trapte* en het voltooid deelwoord *getrapt*. Een schop is nauw verwant: dat is een gerichte trap met de voet, of een stoot met de punt van je schoen. Let op: de vorm *getrapt* gebruik je ook als bijvoeglijk naamwoord, bijvoorbeeld in ā€˜getrapte verkiezingen’, waar kiezers eerst kiesmannen aanwijzen.

Is het getrapt of getrapd?

Getrapt: de stam eindigt op een p, dus 't kofschip geeft -t.

Wat betekent 'ergens in trappen'?

Dat je te gemakkelijk iets gelooft of in een valkuil loopt.

Bronnen

WhatsAppXTelegramFacebook

Meer woorden van 7 letters