Bril komt van beril: een edelsteen werd een leesbril

Een bril is een paar lenzen in een montuur voor het oog. Het woord komt van beril, de steen waaruit men eeuwen geleden lenzen sleep.

Een bril is een paar lenzen in een montuur dat je voor je ogen draagt om beter te zien of je ogen te beschermen. Volgens de etymologie komt het woord van *beril*: de eerste lenzen werden uit de halfedelsteen beryl geslepen, en de naam bleef hangen. Ook het Duitse *Brille* heeft dezelfde oorsprong.

Vormen van het woord

VormWoordVoorbeeld
Lidwoordde brilMijn bril is stuk.
Meervoudde brillenDrie brillen op tafel.
Verkleinwoordhet brilletjeEen rond brilletje.
SamenstellingzonnebrilEen zonnebril in de zomer.
SamenstellingleesbrilMijn leesbril ligt thuis.

Zo gebruik je het in een zin

Bril, lens en oog

Is bril enkelvoud of meervoud?

Het is enkelvoud: *mijn bril ligt hier*. Het meervoud is *brillen*.

Hoe zeg je glasses in het Nederlands?

Dat is *bril*, niet *glazen*; *glazen* zijn alleen de lenzen.

Bronnen

WhatsAppXTelegramFacebook

Meer woorden van 4 letters