Bril komt van beril: een edelsteen werd een leesbril
Een bril is een paar lenzen in een montuur voor het oog. Het woord komt van beril, de steen waaruit men eeuwen geleden lenzen sleep.
Een bril is een paar lenzen in een montuur dat je voor je ogen draagt om beter te zien of je ogen te beschermen. Volgens de etymologie komt het woord van *beril*: de eerste lenzen werden uit de halfedelsteen beryl geslepen, en de naam bleef hangen. Ook het Duitse *Brille* heeft dezelfde oorsprong.
- Zichthulp voor de ogen. *Hij zette zijn bril op.*
- Beschermbril. *Draag een bril bij het slijpen.*
- Figuurlijk, kijk op iets. *Zij bekijkt alles door een roze bril.*
Vormen van het woord
| Vorm | Woord | Voorbeeld |
|---|---|---|
| Lidwoord | de bril | Mijn bril is stuk. |
| Meervoud | de brillen | Drie brillen op tafel. |
| Verkleinwoord | het brilletje | Een rond brilletje. |
| Samenstelling | zonnebril | Een zonnebril in de zomer. |
| Samenstelling | leesbril | Mijn leesbril ligt thuis. |
Zo gebruik je het in een zin
- Zonder bril kan ik het bord niet lezen.Gewone zichthulp; enkelvoud *bril* is ook voor twee glazen.
- Ze ziet alles door een roze bril.Figuurlijk: alles te positief inschatten.
- Zet je bril maar even op.Een handeling die je dagelijks doet.
Bril, lens en oog
- *Bril* is enkelvoud ook al heeft hij twee glazen; dat is anders dan in het Engels, waar *glasses* meervoud is.
- Een lens kan in een bril zitten of op het oog worden gedragen als contactlens.
- *Met een andere bril kijken*: een situatie vanuit een ander standpunt bekijken.
- Het onderdeel dat de glazen vasthoudt, heet het *montuur*; het deel achter het oor de *poten*.
Is bril enkelvoud of meervoud?
Het is enkelvoud: *mijn bril ligt hier*. Het meervoud is *brillen*.
Hoe zeg je glasses in het Nederlands?
Dat is *bril*, niet *glazen*; *glazen* zijn alleen de lenzen.