Een plak: een dunne snee, een stok en een werkwoord

Een plak is een dunne, platte snee van iets, zoals een plak kaas of worst. Ook een stok om mee te slaan heet plak.

Een plak is plat, vlak en meestal afgesneden van iets groters. Een plak kaas, een plak worst of een plak chocolade: het woord is bijna altijd verbonden met voedsel. Naast het zelfstandig naamwoord is plak ook een vorm van het werkwoord plakken.

Vormen

VormWoordVoorbeeld
Lidwoordde plakEen plak kaas.
MeervoudplakkenPlakken worst.
VerkleinwoordplakjeEen plakje kaas.
WerkwoordplakkenHij plakt een etiket.
SamenstellingplakbandEen rol plakband.

Zo gebruik je het

Plak, plakken en lijm

Het zelfstandig naamwoord en het werkwoord plakken zijn nauw verwant: wat aan elkaar kleeft, wordt vaak in platte stukken gesneden of gelegd. In scholen werd vroeger een plank of stok met die naam gebruikt. De uitdrukking 'de plak zwaaien' verwijst naar de stok waarmee leerlingen vroeger straf kregen. Een andere dunne snee is een schijf, en wat plakt gebeurt vaak met lijm.

Wat is het verschil tussen plak en plakje?

Een plak is dikker; een plakje is dun, bijvoorbeeld een plakje worst.

Wat betekent 'de plak zwaaien'?

De baas spelen, streng leiding geven.

Bronnen

WhatsAppXTelegramFacebook

Meer woorden van 4 letters