Arts of dokter? Hoe een Griekse 'hoofdgeneesheer' een Nederlands woord werd

Een arts is iemand die geneeskunde heeft gestudeerd en zieke mensen behandelt. In het dagelijks leven zeggen veel mensen dokter, maar arts is het officiële woord.

Een arts is een opgeleide geneesheer die ziekten onderzoekt en behandelt. Het woord gaat terug op het Griekse 'archiatros', de 'hoofdgeneesheer', en is in de loop van de eeuwen kleiner geworden dan zijn titel. In het dagelijks leven hoor je vaker dokter, maar arts is de officiële beroepsnaam, zoals op een diploma of in de krant.

Vormen van arts

VormWoordVoorbeeld
Lidwoordde artsDe arts komt zo.
MeervoudartsenArtsen zonder Grenzen.
Verkleinwoordartsje(zelden gebruikt)
SamenstellinghuisartsMijn huisarts is aardig.
SamenstellingtandartsEen afspraak bij de tandarts.

Arts in zinnen

Arts, dokter en geneesheer

In Nederland zeggen mensen vaak dokter tegen hun huisarts, en 'de huisarts' in formele taal. In Vlaanderen is *huisdokter* gangbaar naast *huisarts*, en *geneesheer* klinkt statig. Het woord arts heeft een lange geschiedenis: het Middelnederlandse *arste* kwam via het Latijn uit het Grieks. Arts is, anders dan dokter, geen aanspreektitel: je zegt 'dokter Jansen', niet 'arts Jansen'. Een veelvoorkomende zijtak is chirurg, de arts die opereert. Het woord *artsenij* is een oud woord voor geneesmiddel of geneeskunde.

Is een arts hetzelfde als een dokter?

In de praktijk wel. Arts is de beroepsnaam, dokter ook een aanspreektitel en omgangstaal.

Wat is het meervoud van arts?

Artsen, met een lange e.

Bronnen

WhatsAppXTelegramFacebook

Meer woorden van 4 letters