Teer is zowel tender als tar
Teer als bijvoeglijk naamwoord betekent fijn, kwetsbaar of gevoelig. Als zelfstandig naamwoord is teer een zwarte, kleverige stof uit hout of steenkool.
Het woord teer is er in twee uitvoeringen. Het bijvoeglijk naamwoord betekent kwetsbaar of fijn, het zelfstandig naamwoord is een zwarte, kleverige stof. Een tere huid verdraagt weinig, terwijl het teer van een weg juist veel moet kunnen.
- Fijn en kwetsbaar (bijvoeglijk naamwoord). *Ze heeft een tere huid.*
- Gevoelig of delicaat. *Dat is een tere kwestie.*
- Zwarte kleverige stof (het teer). *Het dak is met teer bestreken.*
- Teren (werkwoord). *We teren op onze reserves.*
Vormen van teer
| Kenmerk | Vorm | Toelichting |
|---|---|---|
| Bijvoeglijk | teer | Een teer meisje. |
| Verbogen | tere | Een tere ziel, de tere kant. |
| Zelfstandig | het teer | Onzijdig, geen meervoud. |
| Werkwoord | teren, teerde, geteerd | Voor wegen en daken. |
| Samenstelling | teerhartig | Heel gevoelig. |
Teer in een zin
- Pas op, het is een tere vaas.Neutraal, bijvoeglijk gebruikt.
- De weg werd met teer behandeld.Zelfstandig naamwoord.
- Ze teren op hun spaargeld.Werkwoord teren, op iets teren, in de zin van leven van.
Twee woorden, één spelling
Het bijvoeglijk naamwoord *teer* en het zelfstandig naamwoord *teer* hebben een verschillende afkomst. De eerste is verwant aan het Duitse *zart*, de tweede aan het Engelse *tar*. Dat ze nu hetzelfde klinken en worden geschreven, is toeval. Teer betekent bovendien niet hetzelfde als zwak: iets teers is fijn en kwetsbaar, maar niet per se ondeugdelijk.
Is een tere zaak hetzelfde als een delicate zaak?
Ja, het gaat om een gevoelig onderwerp.
Wat is teren op?
Leven van iets dat je al hebt, zoals spaargeld of reputatie.