Zaaien: zaad strooien en iets laten groeien

Zaaien is zaad in de grond brengen zodat er planten uit groeien. Figuurlijk betekent het iets verspreiden, zoals twijfel of angst.

Zaaien hoort bij de lente en bij de akker. Wie zaait, vertrouwt op de toekomst, want hij weet pas maanden later wat er opkomt. Naast het landbouwwerk heeft het ook een ruime figuurlijke betekenis.

Vervoeging

VormWerkwoordVoorbeeld
InfinitiefzaaienWij gaan zaaien.
Tegenwoordige tijd (hij)zaaitZij zaait bloemen.
Verleden tijdzaaideHij zaaide gras.
Verleden tijd (meervoud)zaaidenZij zaaiden in maart.
Voltooid deelwoordgezaaidHet is gezaaid (hulpwerkwoord hebben).

Zaaien in een zin

Uitdrukkingen

Een bekende uitdrukking is wie wind zaait, zal storm oogsten, dat uit de Bijbel komt en betekent dat gedrag consequenties heeft. De spelling is vast: zaaien met twee a's, verleden tijd zaaide en voltooid deelwoord gezaaid. Een zaad legt de basis, de oogst komt later. Een tuin is vaak de eerste plek waar je zaait.

Schrijf je zaaide of zaaiede?

Zaaide. De stam is zaai en in de verleden tijd komt -de erbij, dus zaaide. Het voltooid deelwoord is gezaaid.

Wat betekent twijfel zaaien?

Zorgen dat anderen gaan twijfelen, vaak met een negatief doel.

Wat is het verschil tussen zaaien en poten?

Zaaien doe je met zaad. Poten gebeurt met aardappelen, stekken of jonge plantjes, die al een stuk gegroeid zijn.

Bronnen

WhatsAppXTelegramFacebook

Meer woorden van 6 letters