Teller: wie telt en het getal boven de breukstreep

Een teller is iemand of iets dat telt, zoals een kilometerteller. In een breuk is de teller het getal boven de streep; het getal eronder heet noemer.

Een teller telt, en dat is precies wat het woord zegt. In een breuk staat de teller bovenaan en vertelt hij hoeveel delen je hebt; de noemer onderaan vertelt hoe groot elk deel is. Daarnaast gebruik je het woord voor mensen en apparaten die iets tellen.

Vormen

VormWoordOpmerking
Lidwoordde tellerAltijd een de-woord.
MeervoudtellersMet -s.
VerkleinwoordtellertjeZeldzaam; vooral voor kleine meters.
Afleidingenkilometerteller, tellenTeller is afgeleid van tellen.

Teller in een zin

Teller, noemer en breuk

De teller heeft een vast duo: de noemer. Samen vormen ze een breuk. Wie een breuk wil onthouden, kan aan de verhouding denken: de teller *telt* de delen, de noemer *noemt* hun soort. Het woord is verwant met tal en getal, want alles draait om het aantal.

Welk getal is de teller?

Het getal boven de streep. In 5/8 is 5 de teller en 8 de noemer.

Is teller een zelfstandig naamwoord?

Ja, afgeleid van het werkwoord tellen met de uitgang -er.

Bronnen

WhatsAppXTelegramFacebook

Meer woorden van 6 letters