Auto: een verkorting met Griekse kern en Belgische concurrent

Een auto is een gemotoriseerd voertuig op vier wielen waarmee mensen over de weg reizen. Het woord is een verkorting van automobiel. Het meervoud is auto's.

Een auto is het voertuig waarmee we dagelijks naar werk, school of vakantie rijden. Het is een afkorting van 'automobiel', letterlijk iets dat 'zichzelf beweegt', van het Griekse *autos* en het Latijnse *mobilis*. Dat past precies: een auto rijdt zonder paard, zonder trapper en zonder trekker. In Vlaanderen is de wagen een gangbare naam.

Vormen van auto

VormWoordVoorbeeld
Lidwoordde autoDe auto start.
Meervoudauto'sTwee auto's.
VerkleinwoordautootjeEen speelgoedautootje.
SamenstellingautowegRijden over de autoweg.
SamenstellingautorijdenHij leert autorijden.

Auto in zinnen

Auto, wagen en het Griekse voorvoegsel

Het woord auto bevat het Griekse *autos* ('zelf'), dat je ook in *autobiografie* en *automaat* ziet. Daardoor staat auto voor 'wat zichzelf bestuurt', al bedoelde men oorspronkelijk dat de wagen zonder trekdier reed. In Nederland spreekt men vooral van *auto*, in Vlaanderen ook van *wagen*, wat ook 'koets' of 'kar' kan betekenen. De samenstellingen *autoweg* en snelweg zijn ook een voorbeeld van regionale verschillen: in België is de autosnelweg gebruikelijk, in Nederland vooral 'snelweg'. Het meervoud auto's krijgt een apostrof, omdat een o in de slotlettergreep anders als *autos* zou worden gelezen.

Is het de auto of het auto?

De auto. Het woord is een de-woord.

Wat is het verschil tussen auto en wagen?

Auto is de standaardterm; wagen wordt vooral in Vlaanderen en in samenstellingen als 'boodschappenwagen' gebruikt.

Bronnen

WhatsAppXTelegramFacebook

Meer woorden van 4 letters