Varen: over water, of een plant met bladeren

Varen betekent je over water verplaatsen met een schip of boot. De varen is ook een plant met geveerde bladeren en sporen in plaats van bloemen.

Varen is een van die woorden die twee onverwante dingen betekenen. Het werkwoord verwijst naar het bewegen over water; de varen is een plant die graag in vochtig schaduwrijk bos groeit. Beide klinken hetzelfde, maar het zijn homoniemen met een andere geschiedenis. Een schip kan varen, en een boot of schip heeft daarvoor water nodig.

Vormen

VormWoordVoorbeeld
Infinitiefvarenwij varen
Tegenwoordige tijdhij vaartde boot vaart
Verleden tijdhij voerzij voer naar Engeland
Voltooid deelwoordgevaren (hebben/zijn)hij is gevaren
Zelfstandig naamwoordde varende varens in het bos

Zo gebruik je het

Hebben of zijn, voer of vaarde

Het werkwoord *varen* is sterk: *varen – voer – gevaren*. In het meervoud zegt men *wij voeren*, niet *vaarden*. Het hulpwerkwoord is *zijn* als er een richting is (*Hij is naar Texel gevaren*) en *hebben* wanneer de nadruk op de handeling ligt (*Hij heeft veel gevaren*). Ook bekend is *het varen* als zelfstandige verwijzing naar de handeling. De plant *varen* maakt geen bloemen maar sporen, en bestaat al ruim driehonderd miljoen jaar. Een ander woord uit de watersfeer is vaart.

Is het varen of de varen?

Beide kan: het varen is de handeling, de varen is de plant.

Wat is de verleden tijd van varen?

Voer in het enkelvoud en voeren in het meervoud.

Bronnen

WhatsAppXTelegramFacebook

Meer woorden van 5 letters