Varen: over water, of een plant met bladeren
Varen betekent je over water verplaatsen met een schip of boot. De varen is ook een plant met geveerde bladeren en sporen in plaats van bloemen.
Varen is een van die woorden die twee onverwante dingen betekenen. Het werkwoord verwijst naar het bewegen over water; de varen is een plant die graag in vochtig schaduwrijk bos groeit. Beide klinken hetzelfde, maar het zijn homoniemen met een andere geschiedenis. Een schip kan varen, en een boot of schip heeft daarvoor water nodig.
- Over water reizen (werkwoord). *We varen naar Texel.*
- Besturen van een schip. *Hij vaart een containerschip.*
- Plant met geveerde bladeren (zelfstandig). *De varen in het bos.*
- Gaan met een vaartuig als beroep. *Hij vaart al dertig jaar.*
Vormen
| Vorm | Woord | Voorbeeld |
|---|---|---|
| Infinitief | varen | wij varen |
| Tegenwoordige tijd | hij vaart | de boot vaart |
| Verleden tijd | hij voer | zij voer naar Engeland |
| Voltooid deelwoord | gevaren (hebben/zijn) | hij is gevaren |
| Zelfstandig naamwoord | de varen | de varens in het bos |
Zo gebruik je het
- De veerboot vaart elk uur.Alledaags gebruik bij openbaar vervoer.
- Ze voeren de hele nacht door de storm.Sterk werkwoord, verleden tijd *voer*.
- Varens groeien graag op een vochtige bodem.Zelfstandig gebruik, met het lidwoord *de*.
Hebben of zijn, voer of vaarde
Het werkwoord *varen* is sterk: *varen β voer β gevaren*. In het meervoud zegt men *wij voeren*, niet *vaarden*. Het hulpwerkwoord is *zijn* als er een richting is (*Hij is naar Texel gevaren*) en *hebben* wanneer de nadruk op de handeling ligt (*Hij heeft veel gevaren*). Ook bekend is *het varen* als zelfstandige verwijzing naar de handeling. De plant *varen* maakt geen bloemen maar sporen, en bestaat al ruim driehonderd miljoen jaar. Een ander woord uit de watersfeer is vaart.
Is het varen of de varen?
Beide kan: het varen is de handeling, de varen is de plant.
Wat is de verleden tijd van varen?
Voer in het enkelvoud en voeren in het meervoud.