Wie de boot mist, komt te laat: alles over het woord boot
Een boot is een kleiner vaartuig om op het water te varen. Het woord kent veel vaste uitdrukkingen, zoals de boot missen en in hetzelfde schuitje zitten.
Een boot is een vaartuig waarmee je over het water vaart, meestal kleiner dan een schip. De scheidslijn tussen boot en schip is nooit officieel getrokken: in gewone spraak noemt iedereen de veerdienst naar Texel gewoon ‘de boot’. Het woord is ook de bron van een rijtje zegswijzen over kansen die voorbijgaan.
- Vaartuig. *We maakten een tocht met een gehuurde boot.*
- Veerboot of passagiersschip (spreektaal). *De boot naar Engeland vertrekt om negen uur.*
- Eerste deel van samenstellingen. *Een bootreis, een bootje huren.*
Vormen van het woord
| Vorm | Woord | Voorbeeld |
|---|---|---|
| Lidwoord | de boot | De boot vaart uit. |
| Meervoud | de boten | Twee boten in de haven. |
| Verkleinwoord | het bootje | Een bootje op het meer. |
| Samenstelling | roeiboot | Een roeiboot huren. |
| Samenstelling | bootreis | Een bootreis naar Engeland. |
Zo gebruik je het in een zin
- Je hebt de boot gemist.Letterlijk of figuurlijk: de kans is voorbij.
- Zij hielden de boot af toen het over geld ging.Betekent dat ze zich terughoudend opstelden of niets wilden beloven.
- We zitten allemaal in hetzelfde schuitje.Dezelfde situatie delen; in het Nederlands zeg je *schuitje*, niet *boot*.
Uitdrukkingen over de boot
- *De boot missen*: een kans laten liggen.
- *De boot afhouden*: zich niet vastleggen of zich terughoudend opstellen.
- *In hetzelfde schuitje zitten*: samen in dezelfde situatie verkeren.
- Een boot vaart over een rivier, een kanaal of de zee.
Wat is het verschil tussen boot en schip?
Een boot is kleiner en een schip groter, maar de grens is vaag. In spreektaal wordt *boot* ook voor grote veerboten gebruikt.
Wat betekent ‘de boot afhouden’?
Je stelt je terughoudend op of wilt niet meewerken, vaak uit voorzichtigheid.