Stam: boomstam, volk en de stam van het werkwoord

Een stam is de dikke houtige stengel van een boom, een volk of een groep mensen met dezelfde afkomst, of het kernstuk van een woord.

Een stam is de steun van een boom, een volk en een woord. De stam van een werkwoord is het kleine kernstuk waar je de -t aan toevoegt voor hij of zij. Zo is stam een van de meest bruikbare woorden voor leerders van het Nederlands. Verwant zijn volk en wortel.

Vormen

KenmerkVormVoorbeeld
Lidwoordde stamDe stam is breed.
MeervoudstammenVeel stammen.
VerkleinwoordstammetjeEen stammetje.
SamenstellingstamboekHet stamboek van een ras.
SamenstellingstamcelEen stamcel kan zich delen.

Stam in een zin

Stam, stamgast en stamkroeg

Hoe vind je de stam van een werkwoord?

Haal de -en weg van de infinitief: werken, werk. Verander zo nodig de spelling: bellen, bel; leven, leef.

Is stam hetzelfde als romp?

Bij een boom bedoelt men er meestal hetzelfde mee, maar romp [hoort bij een lichaam]; stam is vooral voor bomen.

Bronnen

WhatsAppXTelegramFacebook

Meer woorden van 4 letters