Kooi: van Latijns cavea tot je eigen bed

Een kooi is een afgesloten ruimte met tralies voor dieren, of een slaapplaats aan boord van een schip. In spreektaal is het ook je bed.

Een kooi sluit iets of iemand af van de buitenwereld. Het woord is, net als het Engelse 'cage', afgeleid van het Latijnse 'cavea', een holte of omheinde ruimte. In het Nederlands heeft het ook een vrolijke tweede betekenis: in spreektaal is je kooi gewoon je bed.

Vormen

VormWoordVoorbeeld
Zelfstandig naamwoordde kooiEen kooi voor de hamster.
Meervoudde kooienDe kooien zijn leeg.
Verkleinwoordhet kooitjeEen kooitje voor het vogeltje.
Samenstellingvogelkooi, eendenkooiEen eendenkooi in de duinen.
SamenstellingkooikerDe kooiker lokt wilde eenden.

Kooi in een zin

Kooi in de natuur en op zee

Op oude schepen waren kooien smalle slaapplaatsen langs de wand, kleiner dan een bed en vaak gestapeld. In de natuur is een eendenkooi een vangplaats voor wilde eenden: een kooiker lokte ze met tamme eenden en een kooihond naar een netwerk van vangpijpen. Vandaag zijn veel eendenkooien beschermde natuurgebieden. Wie op bezoek gaat, hoort geen tralies, maar het gesnater van wilde vogels.

Is kooi hetzelfde als hok?

Nee. Een hok is een gesloten, vaak houten ruimte voor dieren, een kooi heeft tralies of gaas waardoorheen je kunt kijken.

Wat betekent 'naar kooi gaan'?

Dat is spreektaal voor naar bed gaan, afgeleid van de scheepskooi. In heel het taalgebied begrijp je dat.

Bronnen

WhatsAppXTelegramFacebook

Meer woorden van 4 letters