Lach en lachen: een geluid dat aansteekt
Een lach is het geluid of de uitdrukking van plezier, vaak met de mond open. Ook de stam van het werkwoord lachen.
Een lach is de zichtbare of hoorbare uiting van plezier of spot. Wie de slappe lach heeft, kan simpelweg niet meer stoppen, en juist dat maakt hem zo besmettelijk. Het woord is zowel zelfstandig naamwoord als stam van het werkwoord lachen.
- Het geluid of gezicht van vreugde. *Ze begroette hem met een brede lach.*
- Spottend gelach. *Zijn lach klonk sarcastisch.*
- Stam van lachen (ik lach). *Ik lach elke dag minstens één keer.*
Vormen
| Vorm | Woord | Voorbeeld |
|---|---|---|
| Zelfstandig naamwoord | de lach | Een hartelijke lach. |
| Meervoud | de lachen | Allerlei lachen. |
| Verkleinwoord | het lachje | Een klein lachje. |
| Infinitief | lachen | We gaan lachen. |
| Verleden tijd / deelwoord | lachte / gelachen (hebben) | Zij heeft gelachen. |
Lach in een zin
- Met een lach op zijn gezicht liep hij naar binnen.Neutraal; een lach zie je, een glimlach is zachter.
- Ik kreeg de slappe lach tijdens de vergadering.Informeel; de slappe lach is niet te stoppen.
- Wie het laatst lacht, lacht het best.Spreekwoord: de uiteindelijke winnaar heeft het laatste woord.
Uitdrukkingen met lachen
- De slappe lach krijgen. Niet meer kunnen stoppen met lachen.
- Zich een bult lachen. Enorm moeten lachen.
- Lachen als een boer die kiespijn heeft. Geforceerd lachen terwijl het niet leuk is.
- Er is niets te lachen. Het is een serieuze zaak.
Wat is het verschil tussen een lach en een grap?
Een lach is de reactie, een grap is de aanleiding. Een goede grap lokt een lach uit.
Wat is het verschil tussen een lach en een glimlach?
Een lach is meestal hoorbaar en opener. Een glimlach is stil en zachter: alleen de mond en ogen bewegen.