Sol, sollen en de vijfde toon
Sol is een muzieknoot, de vijfde toon van de toonladder. Het is ook de stam van sollen, wat betekent iemand slecht of oneerlijk behandelen.
Sol is de vijfde toon van de diatonische toonladder: do, re, mi, fa, sol, la, si. De namen komen van een middeleeuws Latijns lied: de regels beginnen met ut, re, mi, fa, sol, la, waarbij ut later do werd. Zo heeft een kerklied de muziekleer gevormd.
- Muzieknoot. *Zing eens een sol.*
- Sollen (werkwoord). *Je moet niet met mensen sollen.*
- Munteenheid van Peru. *In Lima betaal je met de sol.*
- Zon (in het Latijn, in samenstellingen). *Solarium, solair.*
Vormen
| Vorm | Woord | Voorbeeld |
|---|---|---|
| Zelfstandig naamwoord | de sol | De sol klinkt hoog. |
| Meervoud | sols | Twee sols. |
| Infinitief | sollen | Je mag niet sollen. |
| Tegenwoordige tijd (hij) | solt | Hij solt met haar. |
| Verleden tijd | solde | Hij solde met zijn geld. |
| Voltooid deelwoord | gesold | Hebben gesold. |
Zo klinkt het in de praktijk
- De klarinet speelt een lange sol.Muzikaal en neutraal.
- Je moet niet met mijn gevoelens sollen.Informeel, kritisch.
- De werkgever heeft hem jarenlang gesold.Voltooid deelwoord, gevoelsmatig negatief.
Sollen en een solo
Het werkwoord sollen heeft een eigen herkomst en gaat over ruw of onzorgvuldig behandelen. Wie met iemand sol, behandelt hem als speelbal. In de muziek is het nauw verwant aan het woord solo, dat een stuk voor één stem of instrument aanduidt. Elke toon van de ladder heeft zo een eigen naam. Het woord sol heeft dus een muzikale en een alledaagse kant.
Is sol hetzelfde als solo?
Nee. Solo is Italiaans voor alleen; sol is een noot. Ze lijken op elkaar maar hebben verschillende herkomsten.
Hoe vervoeg je sollen?
Regelmatig: ik sol, hij solt, solde, gesold.