Sol, sollen en de vijfde toon

Sol is een muzieknoot, de vijfde toon van de toonladder. Het is ook de stam van sollen, wat betekent iemand slecht of oneerlijk behandelen.

Sol is de vijfde toon van de diatonische toonladder: do, re, mi, fa, sol, la, si. De namen komen van een middeleeuws Latijns lied: de regels beginnen met ut, re, mi, fa, sol, la, waarbij ut later do werd. Zo heeft een kerklied de muziekleer gevormd.

Vormen

VormWoordVoorbeeld
Zelfstandig naamwoordde solDe sol klinkt hoog.
MeervoudsolsTwee sols.
InfinitiefsollenJe mag niet sollen.
Tegenwoordige tijd (hij)soltHij solt met haar.
Verleden tijdsoldeHij solde met zijn geld.
Voltooid deelwoordgesoldHebben gesold.

Zo klinkt het in de praktijk

Sollen en een solo

Het werkwoord sollen heeft een eigen herkomst en gaat over ruw of onzorgvuldig behandelen. Wie met iemand sol, behandelt hem als speelbal. In de muziek is het nauw verwant aan het woord solo, dat een stuk voor één stem of instrument aanduidt. Elke toon van de ladder heeft zo een eigen naam. Het woord sol heeft dus een muzikale en een alledaagse kant.

Is sol hetzelfde als solo?

Nee. Solo is Italiaans voor alleen; sol is een noot. Ze lijken op elkaar maar hebben verschillende herkomsten.

Hoe vervoeg je sollen?

Regelmatig: ik sol, hij solt, solde, gesold.

Bronnen

WhatsAppXTelegramFacebook

Meer woorden van 3 letters