Jus: saus van vleessap, en soms sap
Jus is de saus die ontstaat uit het braadvocht van vlees. In België betekent jus ook vruchtensap, zoals jus d'orange.
De jus is vaak het beste deel van een warme maaltijd. Het is de saus die ontstaat uit vocht en sappen van gebraden vlees, vaak aangevuld met bouillon. Het woord komt uit het Frans en betekent daar *sap*. In Nederland denk je bij 'jus' vooral aan de saus bij aardappelen en vlees, in Vlaanderen ook aan vruchtensap. Het hoort bij vlees en bij een goede saus.
- Braadsaus. *Giet wat jus over de aardappelen.*
- Vruchtensap (vooral België). *Een glas jus d'orange.*
- In uitdrukking. *Ze lieten hem in zijn eigen jus gaarkoken.*
Vormen van jus
| Vorm | Woord | Voorbeeld |
|---|---|---|
| Lidwoord | de jus | De jus is warm. |
| Meervoud | jussen | Zeldzaam. |
| Samenstelling | jus d'orange | Sinaasappelsap. |
| Samenstelling | jusje | Een klein sausje. |
| Verwant | juskom | Kom voor de saus. |
Jus in zinnen
- Meer jus alsjeblieft!Veel gehoord aan de eettafel.
- Wil je een glas jus?In Vlaanderen en soms ook in Nederland.
- We lieten hem lekker in zijn eigen jus gaarkoken.Hem zelf laten oplossen; ironisch.
Jus, sap en saus
Het Franse *jus* betekent sap. Daarom verwijst het Nederlandse woord naar het natuurlijke vocht van vlees, terwijl 'saus' een breder begrip is. Een jus is dunner dan een gebonden saus. 'In zijn eigen jus gaarkoken' betekent iemand de gevolgen van zijn gedrag laten dragen. In Nederland kun je 'jus' en 'saus' dus niet altijd door elkaar gebruiken.
Is jus hetzelfde als saus?
Nee, jus is de natuurlijke en dunnere saus van vlees.
Zeg je jus voor vruchtensap?
In Vlaanderen wel, in Nederland liever sap.