Hut: van schuilplaats tot scheepskajuit

Een hut is een eenvoudig, klein onderkomen, meestal van hout, riet of takken. Op een schip is een hut ook een slaapverblijf.

Een hut staat voor eenvoud. Het is een onderkomen met net genoeg muren en dak, gebouwd van wat de omgeving biedt. Kinderen bouwen er een in het bos, herders sliepen er jarenlang in. Op een groot schip heet het slaapvertrek een hut, al is het veel comfortabeler. Het woord past dus bij ieder eenvoudig verblijf, van tuinschuurtje tot huis in het klein.

Vormen van hut

VormWoordVoorbeeld
Lidwoordde hutDe hut is klein.
MeervoudhuttenHouten hutten.
VerkleinwoordhutjeEen hutje op de hei.
SamenstellinghutspotGerecht van aardappelen.
SamenstellinghutkofferGrote reiskoffer.

Hut in zinnen

Hutspot en het ontzet van Leiden

Hutspot is een stamppot van aardappelen, wortelen en uien. Volgens de overlevering vonden Leidenaars na het ontzet van hun stad op 3 oktober 1574 een pan met dit gerecht, die door de Spanjaarden was achtergelaten. Het woord hutspot komt van *hutsen*, schudden, en heeft dus niet rechtstreeks met een hut te maken. Je eet er vaak een stukje vlees bij.

Komt hutspot uit een hut?

Nee, het woord hangt samen met hutsen, schudden, niet met een hut.

Wat is een hut op een schip?

Een slaapvertrek van de passagiers of bemanning.

Bronnen

WhatsAppXTelegramFacebook

Meer woorden van 3 letters