Lui: een luie zondag of een stel gekke lui?

Lui is een bijvoeglijk naamwoord voor iemand die geen zin heeft om te werken. In spreektaal staat lui ook voor mensen, zoals in 'die lui'.

Het woord lui heeft een dubbele identiteit. Als bijvoeglijk naamwoord beschrijft het een gebrek aan energie, als zelfstandig naamwoord staat het voor mensen. Zo kan een lui iemand ook gewoon een groep zijn.

Vormen

VormGebruikVoorbeeld
BasisvormluiHij is lui.
VerbogenluieEen luie hond.
Vergrotende trapluierHij is luier dan zijn broer.
Overtreffende trapluistZij is de luiste van de klas.
SamenstellingluiaardDe luiaard slaapt hoog in de boom.

Lui in een zin

Een verrassende dubbelganger

De vergrotende trap van lui is luier, en dat is toevallig ook de vorm van het zelfstandig naamwoord luier voor babybroekjes. Dat leidt tot grappige zinnen: ‘Mijn baby is luier dan jouw baby.’ Let ook op de Franse klank: het Franse lui (‘hem, haar’) wordt anders uitgesproken en heeft geen verband met het Nederlandse lui. Het Nederlandse lui heeft dus geen enkele band met het Franse woord. Wie lui is, is overigens niet altijd moe: lui gaat over het willen, moe over het kunnen.

Is luiheid hetzelfde als moe zijn?

Nee. Luiheid is een gebrek aan zin, moe zijn is een gebrek aan energie.

Kan lui ook positief zijn?

Soms wel, in een luie stoel of een luie zondag, waar het rust betekent.

Bronnen

WhatsAppXTelegramFacebook

Meer woorden van 3 letters