Solo: alleen op het podium of op de weg
Solo betekent alleen of zonder anderen. Als zelfstandig naamwoord is een solo een muziekstuk of passage voor één uitvoerder.
Solo komt uit het Italiaans en betekent letterlijk alleen. In de muziek is een solo het moment dat één speler het podium voor zich heeft. Het is het tegenovergestelde van duo en trio.
- Muziekstuk voor één uitvoerder. *De trompettist speelde een lange solo.*
- Alleen, zonder hulp (bijwoord). *Ze fietste solo naar de top.*
- Eenmans-actie. *Zijn solo bracht het team de overwinning.*
- Spel in kaartspel waarin je alleen speelt. *Hij bood solo bij het kaarten.*
Vormen
| Kenmerk | Vorm | Voorbeeld |
|---|---|---|
| Lidwoord | de solo | De solo was prachtig. |
| Meervoud | solo's of soli | Twee solo's |
| Bijvoeglijk | solo | Een soloreis. |
| Samenstelling | soloalbum | Zijn soloalbum |
| Samenstelling | solospel | Solospel op de piano |
Solo in een zin
- Na de pauze volgde een solo op gitaar.Muziektaal; vaak met ‘op’ gevolgd door het instrument.
- Hij ging solo naar de top.Bijwoord: alleen en zonder steun.
- Het album is haar eerste soloproject.Als eerste deel van een samenstelling.
Solo in de muziek en voetbal
- Soli is het Italiaanse meervoud en komt vooral in de klassieke muziek voor; solo's is de gewone Nederlandse vorm.
- Een solo in het voetbal is een ren van de speler met de bal, voorbij iedereen.
- Soloreis en solozeiler zijn gewone samenstellingen voor mensen die alleen op avontuur gaan.
Is solo een zelfstandig of een bijvoeglijk naamwoord?
Beide. Als zelfstandig naamwoord is het een muziekstuk of daad; als bijwoord of bijvoeglijk naamwoord betekent het alleen.
Wat is het verschil tussen solo en alleen?
Alleen is de gewone taal. Solo klinkt gespecialiseerder en komt uit de muziek en de sport.