Schaken: één werkwoord, twee heel verschillende betekenissen
Schaken betekent spelen op een schaakbord en, verouderd, een vrouw ontvoeren. Het woord schaakmat verwijst naar de verslagen koning.
Het werkwoord schaken heeft twee betekenissen die elkaar bijna nooit kruisen. Het eerste is het spelen van schaak, het tweede, verouderde betekent iemand ontvoeren. Het schaakspel komt van het Perzische *shah*, âkoningâ, en kwam via het Arabisch en het Oudfrans in het Nederlands. De betekenis âontvoerenâ heeft een andere herkomst: een Middelnederlands woord voor roven.
- Schaak spelen. *Wij schaken elke zondag.*
- Ontvoeren (verouderd). *De ridder schaakte de prinses.*
- Schaak bieden. *Het paard schaakt de koning.*
Vervoeging
| Vorm | Woord | Opmerking |
|---|---|---|
| Infinitief | schaken | Schaken is leuk. |
| Tegenwoordige tijd | hij schaakt | Stam schaak + t. |
| Verleden tijd | hij schaakte | Stam eindigt op k â -te. |
| Voltooid deelwoord | geschaakt | Hulpwerkwoord hebben. |
| Samenstelling | schaakmat | Wedstrijd afgelopen. |
Voorbeeldzinnen
- Zij schaakt al sinds haar zesde.Neutraal, hobby.
- Hij schaakte de koning met zijn loper.Spelverloop.
- De ridder schaakte de bruid.Historische, literaire context.
Schaakmat: een woord uit het Perzisch
Het woord schaakmat komt van het Perzische *shÄh mÄt*, vaak vertaald als âde koning is hulpeloosâ. Wanneer de koning in het schaakspel niet meer kan ontsnappen, is het spel voorbij. In het gewone Nederlands zegt men het ook als iemand in een uitzichtloze situatie komt: âIk sta schaakmatâ. Zo leeft een eeuwenoud spelwoord voort. Het schaak zelf is een spel van strategie, geduld en concentratie.
Wat is het verschil tussen schaken en schaak?
Schaak is het spel of de dreiging tegen de koning, schaken is het spelen van dat spel.
Is schaken een sport of een spel?
Beide. Het is een spel, maar wedstrijden worden internationaal als sport georganiseerd.