Schaken: één werkwoord, twee heel verschillende betekenissen

Schaken betekent spelen op een schaakbord en, verouderd, een vrouw ontvoeren. Het woord schaakmat verwijst naar de verslagen koning.

Het werkwoord schaken heeft twee betekenissen die elkaar bijna nooit kruisen. Het eerste is het spelen van schaak, het tweede, verouderde betekent iemand ontvoeren. Het schaakspel komt van het Perzische *shah*, ‘koning’, en kwam via het Arabisch en het Oudfrans in het Nederlands. De betekenis ‘ontvoeren’ heeft een andere herkomst: een Middelnederlands woord voor roven.

Vervoeging

VormWoordOpmerking
InfinitiefschakenSchaken is leuk.
Tegenwoordige tijdhij schaaktStam schaak + t.
Verleden tijdhij schaakteStam eindigt op k → -te.
Voltooid deelwoordgeschaaktHulpwerkwoord hebben.
SamenstellingschaakmatWedstrijd afgelopen.

Voorbeeldzinnen

Schaakmat: een woord uit het Perzisch

Het woord schaakmat komt van het Perzische *shāh māt*, vaak vertaald als ‘de koning is hulpeloos’. Wanneer de koning in het schaakspel niet meer kan ontsnappen, is het spel voorbij. In het gewone Nederlands zegt men het ook als iemand in een uitzichtloze situatie komt: ‘Ik sta schaakmat’. Zo leeft een eeuwenoud spelwoord voort. Het schaak zelf is een spel van strategie, geduld en concentratie.

Wat is het verschil tussen schaken en schaak?

Schaak is het spel of de dreiging tegen de koning, schaken is het spelen van dat spel.

Is schaken een sport of een spel?

Beide. Het is een spel, maar wedstrijden worden internationaal als sport georganiseerd.

Bronnen

WhatsAppXTelegramFacebook

Meer woorden van 7 letters