Zwembad: het bad waar je baantjes trekt
Een zwembad is een kunstmatig bassin gevuld met water, bedoeld om in te zwemmen. Het kan overdekt of openlucht zijn.
Een zwembad is een gebouwd bassin met water om in te zwemmen. Het woord is een samenstelling van zwemmen en bad, en dat laatste deel bepaalt dat het een het-woord is. Je zegt dus *het zwembad*, ook al is het woord zelf lang.
- Bassin om in te zwemmen. *Het zwembad is 25 meter lang.*
- Gebouw of terrein met zwembaden. *We gaan zaterdag naar het zwembad.*
- Privébassin bij een huis of hotel. *Het huisje heeft een eigen zwembad.*
Vormen
| Vorm | Woord | Opmerking |
|---|---|---|
| Lidwoord | het zwembad | volgt het laatste deel, het bad |
| Meervoud | zwembaden | niet zwembads |
| Verkleinwoord | zwembadje | een klein, vaak opblaasbaar bad |
| Samenstelling | openluchtzwembad | zonder dak |
| Samenstelling | zwembadwater | vol chloor |
Zwembad in een zin
- Het overdekte zwembad is in de winter extra druk.Neutraal; overdekt tegenover openlucht.
- Ik trek elke ochtend twintig baantjes in het zwembad.Baantjes trekken is de gebruikelijke Nederlandse uitdrukking voor heen en weer zwemmen.
- Mogen de kinderen straks in het zwembadje?Verkleinwoord; huiselijk en vriendelijk.
Samenstellingen en maten
- Een standaard wedstrijdbad is 50 meter lang, een kortebaanbad 25 meter.
- De badmeester let op de veiligheid van de zwemmers.
- Een bad kan ook een badkuip zijn, maar bij zwembad gaat het altijd om een groot bassin.
- Bij samenstellingen bepaalt het laatste deel het lidwoord en het meervoud: zwembaden, niet zwembadens.
Zeg je het zwembad of de zwembad?
Het zwembad. Het laatste deel van de samenstelling, bad, is een het-woord.
Wat is het verschil tussen een bad en een zwembad?
Een bad gebruik je om jezelf te wassen of te ontspannen; een zwembad is groot genoeg om in te zwemmen.