Pat: schaken zonder zetten
Pat is bij schaken de toestand waarin de speler die aan zet is geen zet kan doen terwijl zijn koning niet schaak staat. Het spel eindigt dan onbeslist.
Wie pat staat, kan niet meer zetten maar staat niet schaak. Bij pat wint niemand: het spel eindigt onbeslist. Het woord wordt ook buiten het schaken gebruikt.
- Remise door gebrek aan zetten. *De partij eindigde in pat.*
- Impasse, patstelling. *De onderhandelingen zitten in een patstelling.*
Vormen
| Kenmerk | Vorm | Voorbeeld |
|---|---|---|
| Bijvoeglijk naamwoord | pat | De koning staat pat. |
| Uitdrukking | pat staan | Zwart staat pat. |
| Samenstelling | patstelling | Een politieke patstelling. |
| Werkwoord | pat zetten | Hij zette zijn tegenstander pat. |
| Tegenhanger | mat | De koning staat mat. |
Pat in een zin
- Zwart staat pat, dus de partij is remise.Schaaktaal; pat levert een gelijkspel op.
- De onderhandelingen eindigden in een patstelling.Figuurlijk: niemand kan nog verder.
- Zijn voorstel zette de vergadering pat.Figuurlijk: niemand kan nog verder.
Pat en mat
Het verschil tussen pat en mat is klein maar belangrijk. Bij schaakmat staat de koning schaak en kan niet ontsnappen, en verliest de speler. Bij pat staat de koning niet schaak, maar kan geen enkele zet meer gedaan worden, en de partij eindigt in remise. Het woord komt uit het Italiaans *patta*, ‘gelijkspel’, mogelijk via het Frans. Wie schaken leert, maakt vroeg kennis met pat; buiten het bord is patstelling een gewone term in politiek en zakenleven. Wie in een dilemma zit, staat soms ook pat.
Is pat een verlies?
Nee. Bij pat eindigt het spel in remise, dus gelijkspel.
Wat is een patstelling?
Een situatie waarin geen enkele partij vooruit kan, bijvoorbeeld bij onderhandelingen.