Gen: het stukje erfelijkheid in je cellen
Een gen is een stuk DNA dat de erfelijke informatie voor een bepaalde eigenschap bevat. Genen bepalen mede hoe een organisme eruitziet en functioneert.
Het gen is de kleinste eenheid van erfelijkheid waar de meeste mensen een beeld bij hebben. Een gen is geen eigenschap zelf, maar een instructie die een cel gebruikt om een eiwit te maken. Wie zegt dat iets 'in de genen zit', bedoelt dat het erfelijk is, maar zo zwart-wit werkt het niet. Je vindt genen in elke cel.
- Stuk DNA met erfelijke informatie. *Dit gen beïnvloedt de haarkleur.*
- Erfelijke aanleg (figuurlijk). *Muziek zit bij hen in de genen.*
- In samenstellingen. *De gentherapie ging van start.*
Vormen van gen
| Vorm | Woord | Toelichting |
|---|---|---|
| Lidwoord | het gen | Een het-woord. |
| Meervoud | genen | Niet 'gens'. |
| Verkleinwoord | genetje | Zeer zeldzaam. |
| Bijvoeglijk | genetisch | Betrekking hebbend op genen. |
| Samenstelling | genpool | Ook: gentest, genmodificatie. |
Gen in context
- Het gen is bij haar niet actief.Wetenschappelijk register.
- Het zit in de familie, dus het zijn de genen.Spreektaal, vaak luchtig bedoeld.
- Dankzij een gentest wist ze het zeker.In Vlaanderen en Nederland hetzelfde woord.
Een woord uit 1909
De term *gen* werd in 1909 geïntroduceerd door de Deense plantkundige Wilhelm Johannsen. Hij liet de wetenschappelijke betekenis ontstaan lang voordat iemand de structuur van DNA kende. Het woord leeft in meerdere talen. Zie ook de aanverwante erfenis, al gaat het daar meestal om geld of bezit.
Is de meervoudsvorm gens?
Nee, het meervoud is genen.
Verschilt gen en DNA?
Ja. DNA is het molecuul, een gen is een deel ervan met een functie.