Wat is een pand? Over gebouwen, onderpand en zekerheid
Een pand is een gebouw of huis, vooral als bezit of object van handel. Daarnaast is het een voorwerp dat je als onderpand of zekerheid geeft.
Pand is het woord van makelaars, notarissen en gemeenteambtenaren. Een pand is niet zomaar een huis, maar een gebouw gezien als bezit of als juridische eenheid. Daarom spreek je over een monumentaal pand, maar vrijwel nooit over een gezellig pandje.
- Gebouw of huis. *Het pand aan de gracht is verkocht.*
- Onderpand, zekerheid. *Ik laat mijn horloge als pand achter.*
- Voorwerp als borg (juridisch). *Het pand wordt teruggegeven na betaling.*
Vormen
| Vorm | Woord | Voorbeeld |
|---|---|---|
| Lidwoord | het pand | Het pand is verbouwd. |
| Meervoud | panden | Oude panden in de binnenstad. |
| Verkleinwoord | pandje | Een pandje in de Jordaan. |
| Samenstelling | onderpand | Het onderpand voor de lening. |
| Samenstelling | pandjeshuis | Zijn horloge ligt in het pandjeshuis. |
Voorbeelden
- De gemeente koopt het leegstaande pand.Zakelijk en neutraal; typisch voor nieuwsberichten.
- Zij gaf haar fiets in pand.Oud juridisch gebruik; vandaag gebruik je liever *onderpand*.
- Ze hebben een mooi pand in het centrum van Antwerpen.Zowel in Nederland als in Vlaanderen volstrekt gangbaar.
Herkomst en verwante woorden
Pand is een oud Germaans woord voor onderpand en verwant met het Duitse *Pfand*. Dat een gebouw ook pand heet, hangt volgens woordenboeken samen met het feit dat huizen vroeger als onderpand dienden. De oorspronkelijke betekenis leeft voort in het pandjeshuis, de lommerd waar je spullen kunt verpanden. Voor het gewone verblijf van mensen gebruik je meestal huis, voor een groter gebouw ook wel een woning.
Is pand hetzelfde als huis?
Niet helemaal. Pand is neutraler en zakelijker en kan ook een kantoor of winkel zijn.
Wat is een pandjesbaas?
Een eigenaar die panden verhuurt, vaak met een negatieve bijklank van huisjesmelker.