Woning: de plek waar je woont
Een woning is een ruimte of gebouw waarin je woont. Het woord is formeler dan huis en wordt vaak gebruikt in beleid en bij de verhuur.
Een woning is de plek waar iemand woont. Het woord klinkt zakelijker dan huis: een huis is een gebouw, een woning is wat je erin bewoont. Daarom zie je het vaak bij de woningmarkt, de woningcorporatie en de woningnood.
- Verblijfplaats. *De woning ligt aan de rand van het dorp.*
- Wooneenheid in een groter gebouw. *Het gebouw telt tien woningen.*
- Formele taal voor huis. *De woning werd verkocht.*
Vormen en samenstellingen
| Vorm | Woord | Opmerking |
|---|---|---|
| Lidwoord | de woning | Een de-woord |
| Meervoud | woningen | Met -en |
| Verkleinwoord | woninkje | Zelden gebruikt |
| Samenstelling | huurwoning | Woning om te huren |
| Samenstelling | woningnood | Tekort aan woningen |
Woning in een zin
- Zij zoeken een betaalbare woning in Utrecht.Typisch Nederlands: de woningmarkt.
- De woning heeft drie slaapkamers en een tuin.Zakelijke woningbeschrijving.
- De gemeente bouwt honderd nieuwe woningen.Bestuurlijke taal.
Woning en huis
Een huis kan ook een gebouw zonder bewoner zijn, een woning is altijd om in te wonen. Het woord woning komt van wonen, en sluit aan bij de woonplaats. In het Belgische Nederlands bestaat daarnaast het woord woonst als officieel woord voor het adres waar je woont. Een woning kan een flat, een rijtjeshuis of een boerderij zijn, en een dak boven je hoofd hebben is de kern.
Is woning hetzelfde als huis?
Bijna. Woning legt de nadruk op het wonen, huis op het gebouw.
Wat is woningnood?
Een tekort aan beschikbare woningen, waardoor mensen moeilijk iets kunnen vinden.