Kies: een kies, een keuze en een beleefde bijvoeglijke vorm
Een kies is een kauwtand achter in de mond. Het woord is ook de ik-vorm van kiezen: ik kies.
Een kies is een brede tand achter in je mond waarmee je voedsel fijnmaalt. Het woord valt samen met een heel ander woord: ik *kies* is ook de ik-vorm van het werkwoord *kiezen*. Dat maakt het een mooi voorbeeld van een homoniem.
- Kauwtand. *De tandarts trok een kies.*
- Ik-vorm van kiezen. *Ik kies voor de rode jurk.*
- Kies (bijvoeglijk). Tactvol of delicaat. *Hij is erg kies in zijn woorden.*
Vormen van kies
| Vorm | Woord | Voorbeeld |
|---|---|---|
| Lidwoord | de kies | Een pijnlijke kies. |
| Meervoud | kiezen | Vier kiezen. |
| Verkleinwoord | kiesje | Zelden. |
| Werkwoord | kiezen | Ik kies, wij kiezen. |
| Samenstelling | verstandskies, kiespijn | Kiespijn is zeer vervelend. |
Kies en kiezen
- De tandarts trok mijn verstandskies.Medische context; ook 'wijsheidstand' wordt gebruikt.
- Dat krijg ik weer op mijn kiezen.Figuurlijk: ik moet het verdragen.
- Ik kies voor de zomerstijl.Werkwoord; ik-vorm van kiezen.
Meer over kies
Het meervoud van kies is kiezen, en dat is ook de infinitief van het werkwoord. Alleen de context onderscheidt ze: *vier kiezen* tegenover *ik wil kiezen*. In de uitdrukking *iets op je kiezen krijgen* betekent het dat je iets onaangenaams moet verdragen. Een verstandskies komt meestal rond je twintigste door. Verwant zijn de woorden tand en kaak. In Vlaanderen is *kies* net zo gangbaar.
Wat is het meervoud van kies?
Kiezen. Dat is dezelfde vorm als de infinitief van kiezen.
Waarom heet het 'verstandskies'?
Omdat hij pas laat doorkomt, in een leeftijd waarop je 'verstandig' zou zijn geworden.