Tanden, tandjes en de tand des tijds
Een tand is een hard, wit onderdeel in de mond waarmee je bijt en kauwt. Ook de punt van een kam, een tandwiel of een rits heet tand.
Een tand zit in je mond, maar het woord reist verder dan dat. Een tand is alles wat uitsteekt in een rij, van een gebit tot een kam, een zaag of een tandwiel. Een kies is een tand achter in de mond, terwijl een zaagtand gewoon tand blijft heten.
- Onderdeel van het gebit. *Ik heb een tand verloren.*
- Uitstekend deel van een gereedschap. *De kam mist een tand.*
- Versnelling of niveau. *Ze zette er een tandje bij.*
- Tand des tijds. *De muur is door de tand des tijds aangetast.*
Vormen van tand
| Kenmerk | Vorm | Toelichting |
|---|---|---|
| Lidwoord | de tand | De-woord. |
| Meervoud | tanden | Gewoon met -en achter de stam. |
| Verkleinwoord | tandje | Ook figuurlijk: een tandje erbij. |
| Samenstelling | tandarts | Tandverzorger. |
| Samenstelling | tandenborstel | Met tussen-en. |
Tand in een zin
- Hij heeft een tand gebroken bij het vallen.Letterlijk gebruik.
- Kun je er nog een tandje bij zetten?Informeel: iets sneller doen.
- Zij is tot de tanden gewapend.Figuurlijk: heel zwaar bewapend.
Uitdrukkingen en herkomst
- Met de tanden knarsen β woedend of gefrustreerd zijn.
- Iemand aan de tand voelen β streng ondervragen.
- Op je tanden bijten β iets doorzetten ondanks pijn.
- De tand des tijds β de verwoestende werking van de tijd.
Het woord is oud en verwant aan het Engelse *tooth*, het Duitse *Zahn* en het Latijnse *dens*. Volgens taalkundigen gaat het terug op een wortel met de betekenis eten. De tand is dus een heel oud woord dat in veel Europese talen bijna hetzelfde klinkt.
Is een kies ook een tand?
Een kies is een tand achter in de mond, bedoeld om te malen.
Wat is melktand?
Een van de eerste tanden van een kind, die later uitvallen.