Lijn: een streep, een verbinding en een dieet
Een lijn is een streep, een verbinding of een route. In Nederland betekent lijnen ook op dieet zijn, zoals in: ik moet lijnen.
Een lijn is een lange, dunne streep of een verbinding tussen twee punten. In het Nederlands betekent het werkwoord lijnen letterlijk 'slank worden', want wie zijn lijn bewaakt, let op wat hij eet. Het woord komt van het Latijnse 'linea', draad of streep.
- Streep of rij. *Trek een rechte lijn met een liniaal.*
- Verbinding of route. *Neem lijn 5 naar het centrum.*
- Telefoonverbinding. *Blijf aan de lijn.*
- Als werkwoord: lijnen. *Ze lijnt al een maand.*
Vormen
| Vorm | Woord | Voorbeeld |
|---|---|---|
| Zelfstandig naamwoord | de lijn | Een dikke lijn. |
| Meervoud | de lijnen | Parallelle lijnen. |
| Verkleinwoord | het lijntje | Aan het lijntje houden. |
| Werkwoord | lijnen, lijnde, gelijnd | Zij heeft gelijnd. |
| Samenstelling | tijdlijn, buslijn | De tijdlijn begint in 1900. |
Lijn in een zin
- Trek maar een lijn onder het getal.Neutraal: wiskundig of schriftelijk.
- Houd je even aan de lijn?Telefoon; gebruikelijk in Nederland en Vlaanderen.
- Ik moet echt gaan lijnen na de feestdagen.Spreektaal: op dieet gaan; ook 'op dieet gaan' is gebruikelijk.
Uitdrukkingen met lijn
- Aan het lijntje houden. Iemand hoop geven zonder serieuze bedoelingen.
- In grote lijnen. Globaal, zonder details.
- Op één lijn zitten. Hetzelfde denken, het eens zijn.
- Lijn als touw. Op een schip of bij het vissen is een lijn een dun touw.
Wat is het verschil tussen lijn en lijst?
Een lijn is een streep of verbinding, een lijst is een opsomming of kader: een boodschappenlijst, een lijst om een schilderij.
Is lijnen een zwak werkwoord?
Ja: ik lijn, ik lijnde, ik heb gelijnd.