Kasteel: een versterkte woning uit de middeleeuwen

Een kasteel is een groot, vaak versterkt gebouw waar vroeger edelen woonden. Tegenwoordig is het vaak een museum of toeristische trekpleister.

Een kasteel is een groot gebouw waar een edelman met zijn gevolg woonde. Het woord komt van het Latijnse castellum, een kleine versterking. Dat zie je nog terug in plaatsnamen en in het Engelse castle en het Franse château.

Vormen

VormWoordOpmerking
Lidwoordhet kasteelonzijdig
Meervoudkastelenmet een extra e
Verkleinwoordkasteeltjeklein kasteel
Samenstellingkasteelheereigenaar
Samenstellingluchtkasteeliets onhaalbaars

Hoe gebruik je het in een zin?

Kasteel, burcht, slot en fort

Een kasteel was vaak ook een woonplaats. Een burcht is ouder en vooral een verdedigingswerk. Een slot is een kasteel of paleis dat in gebruik is als woning, zoals Slot Zuylen of het Muiderslot. Een fort is een militaire versterking zonder woonfunctie. Een slot is dus een kasteel in gebruik als woning. De uitdrukking luchtkastelen bouwen betekent dat je dromen najaagt die niet kunnen uitkomen. Sommige kastelen, zoals Kasteel de Haar bij Haarzuilens, pas in de negentiende en twintigste eeuw sterk verbouwd.

Wat is het verschil tussen kasteel en slot?

Slot is een woon-kasteel, kasteel is breder en kan ook een versterking zijn.

Wat is een luchtkasteel?

Een onrealistisch plan of droom.

Bronnen

WhatsAppXTelegramFacebook

Meer woorden van 7 letters