Het kwartje valt: begrip in een muntstuk
Een kwartje was een muntstuk van vijfentwintig cent in het Nederlandse guldentijdperk; het wordt nog gebruikt in de uitdrukking het kwartje valt.
Een kwartje was ooit een muntstuk van 25 cent. Wie nu zegt dat het kwartje valt, bedoelt dat hij iets eindelijk begrijpt, alsof een muntje door de gleuf van een automaat rolt. Het woord overleefde de munt.
- Muntstuk van vijfentwintig cent. *Zij liet een kwartje in de automaat vallen.*
- Een vierde deel (informeel). *Een kwartje van de taart was genoeg.*
- Figuurlijk in het kwartje valt. *Toen ze de grap uitlegde, viel het kwartje.*
Vormen
| Vorm | Woord | Voorbeeld |
|---|---|---|
| Woordsoort | zelfstandig naamwoord, onzijdig | het kwartje |
| Meervoud | kwartjes | twee kwartjes |
| Grondwoord | kwart | een kwart |
| Uitdrukking | het kwartje valt | eindelijk valt het kwartje |
| Verwant | kwart | een kwart van de taart |
Voorbeelden in zinnen
- Bij de uitleg viel eindelijk het kwartje.Dagelijkse taal, zeer gewoon.
- Kinderen kregen vroeger een kwartje zakgeld.Terugblik op de guldentijd.
- Ik had geen kwartje voor de telefoon.Verwijst naar de tijd van de telefooncel; nu ouderwets.
Het muntje, het kwart en de cent
Het kwartje is een verkleinwoord van kwart, een vierde deel van een gulden. Het bleef in omloop tot de euro in 2002 kwam. Sindsdien zijn er geen kwartjes meer, maar de uitdrukking leeft voort. Een gulden bestond uit honderd cent, dus een kwartje was 25 cent. De munt was later van nikkel. In het Nederlands is het dus een mooi voorbeeld van een woord dat zijn voorwerp heeft overleefd.
Wat betekent het kwartje valt?
Dat je iets plotseling begrijpt, nadat je er een tijdje over nagedacht hebt.
Bestaat het kwartje nog?
Als betaalmiddel niet meer sinds de euro in 2002. In taal bestaat het kwartje nog volop.