Kans: waarom 'kans' meer is dan 'toeval'
Een kans is de waarschijnlijkheid dat iets gebeurt, maar ook een gunstige gelegenheid om iets te bereiken.
Een kans is de mate waarin iets waarschijnlijk is, maar ook een gelegenheid die je kunt grijpen. Het woord is verwant aan het Franse *chance* en aan het Latijnse *cadere*, 'vallen': het is dus iets wat je ten deel valt. In het Nederlands combineren we de twee betekenissen soepel.
- Waarschijnlijkheid. *De kans op regen is vijftig procent.*
- Gelegenheid. *Dit is je kans om te laten zien wat je kunt.*
- Uitzicht op succes. *Hij maakt weinig kans op de titel.*
Vormen van kans
| Vorm | Woord | Voorbeeld |
|---|---|---|
| Lidwoord | de kans | Een kans krijgen. |
| Meervoud | kansen | Veel kansen. |
| Verkleinwoord | kansje | Een klein kansje. |
| Samenstelling | kansspel, kansrekening | Kansspelen zijn verboden. |
| Bijvoeglijk | kansrijk | Een kansrijke start. |
Kans, geluk en toeval
- De kans dat het regent is groot.Statistisch gebruik; 'kans' is hier een getal.
- Ik zie kans om vroeger te komen.'Kans zien' betekent: het lukken om iets te doen.
- Geef hem nog een kans.Gewoon gebruik; ook: 'een tweede kans'.
Meer over kans
Naast kans bestaan er verwante woorden: geluk is een gunstige uitkomst en toeval iets dat zonder plan gebeurt. Een kans hoeft niet toevallig te zijn. Zo kun je *je kans grijpen*, *een kans schoon zien* of *geen schijn van kans hebben*. Het vak kansrekening is een tak van wiskunde. Het woord *kans* wordt in Vlaanderen op dezelfde manier gebruikt als in Nederland.
Wat betekent 'kans zien'?
Dat betekent erin slagen of de mogelijkheid vinden: 'Ik zie geen kans om te komen' wil zeggen dat je er niet in slaagt.
Wat is het meervoud van kans?
Kansen, met een gewone s.