Wat betekent toeval? Als het zomaar gebeurt
Toeval is een gebeurtenis zonder zichtbare oorzaak of bedoeling, iets dat je je ongeveer zomaar overkomt. Het bijvoeglijk naamwoord is toevallig.
Wie zegt dat iets toeval is, ontkent een plan. Toeval is wat je overkomt zonder dat iemand het wilde of kon voorspellen. Het woord is oud en heeft een heldere samenstelling: wat je toe-valt.
- Onvoorziene gebeurtenis. *Het was puur toeval dat we elkaar tegenkwamen.*
- Kans, waarschijnlijkheid. *Dat is geen toeval meer.*
- Plotselinge aanval (verouderd, medisch). *Hij kreeg een epileptisch toeval.*
Vormen
| Vorm | Woord | Opmerking |
|---|---|---|
| Lidwoord | het toeval | Een het-woord. |
| Meervoud | toevallen | Zeldzaam; de oude medische betekenis. |
| Bijvoeglijk | toevallig | Een toevallige ontmoeting. |
| Samenstellingen | toevalstreffer, toevalstreffers | Gelukkig toeval. |
Toeval in een zin
- Bij toeval kwam ik hem tegen in de bibliotheek.'Bij toeval' is de vaste verbinding.
- Dat is geen toeval, dat is een plan.Benadrukt een bedoelde samenhang.
- Het was een gelukkig toeval dat jij er was.Positief gebruik; vergelijk toevalstreffer en mazzel.
Herkomst en verwante woorden
Het woord is opgebouwd uit *toe* en *vallen*: wat je toevalt, krijg je. Net zoals het Duitse *Zufall* zegt het dat iets op je pad valt. Verwante begrippen zijn geluk en lot, en de stelling *toeval bestaat niet* wil zeggen dat alles een oorzaak heeft. Met een tegengestelde bijklank spreken we van noodlot: het onvermijdelijke dat vaststaat.
Is toevallig hetzelfde als toeval?
Toevallig is het bijvoeglijk naamwoord: het gaat om iets dat bij toeval gebeurt.
Bestaat er een meervoud?
Ja, toevallen, maar het wordt zelden gebruikt.