Geluk: waarom wij één woord hebben voor luck en happiness
Geluk betekent zowel toeval ten goede als diepe tevredenheid. Het Nederlands heeft één woord waar het Engels er twee voor heeft.
Geluk is één woord voor twee dingen: een gunstige toevalligheid en een diep gevoel van blijdschap. Wie zegt dat hij geluk heeft gehad, bedoelt iets anders dan wie zegt dat hij gelukkig is, en toch gebruiken we hetzelfde woord. In het Engels zijn dat luck en happiness.
- Gunstige samenloop van omstandigheden. *Hij had geluk dat het niet regende.*
- Tevreden, blij zijn. *Ze straalde van geluk.*
- Succes of voorspoed. *Veel geluk met je nieuwe baan!*
Vormen
| Vorm | Woord | Opmerking |
|---|---|---|
| Lidwoord | het geluk | Het-woord. |
| Meervoud | — | Meestal enkelvoud; gelukjes voor kleine meevallers. |
| Verkleinwoord | gelukje | Een klein meevallertje. |
| Bijvoeglijk | gelukkig | Blij of fortuinlijk. |
| Tegenstelling | ongeluk | Pech of ramp. |
Geluk in een zin
- Veel geluk bij je examen!Gewone wens; neutraal.
- Geluk bij een ongeluk: niemand raakte gewond.Uitdrukking voor iets goeds in een slechte situatie.
- Zij vonden hun geluk in een klein dorp.Gebruik voor blijvende tevredenheid.
Verwante woorden en gezegden
- Gelukkig — blij of fortuinlijk; ook als bijwoord: *Gelukkig is er niets gebeurd*
- Ongeluk — pech of ongeval; zie ongeluk
- Mazzel — informeel voor geluk; zie mazzel
- Gezegde — *het geluk is met de dapperen* en *geluk hebben* zijn bekende vaste combinaties
Is geluk hebben iets anders dan gelukkig zijn?
Ja. Geluk hebben is fortuin, gelukkig zijn is een gevoel. Het zijn twee kanten van hetzelfde woord.
Wat betekent geluk bij een ongeluk?
Dat er in een nare situatie toch iets goeds zit, zoals dat niemand gewond raakte.