Fles: van baby tot bubbels
Een fles is een recipiƫnt met een nauwe hals voor vloeistoffen, meestal van glas of kunststof. Ook figuurlijk wordt het woord gebruikt.
Een fles is een vat met een smalle hals waaruit je makkelijk kunt schenken. Het Italiaanse fiasco betekent letterlijk āflesā, en volgens een gangbare verklaring is de betekenis āmislukkingā daaruit ontstaan. In het Nederlands heeft de fles ook een eigen figuurlijk leven, bijvoorbeeld in *op de fles gaan*. Veel flessen zijn van glas; een misser heet in het Nederlands een fiasco.
- Recipiƫnt voor vloeistof. *Een fles water.*
- Babyfles. *De baby krijgt de fles.*
- Figuurlijk. *Op de fles gaan.*
- In samenstellingen. *Flessenpost, fleshals, flessentrekker.*
Vormen
| Vorm | Woord | Voorbeeld |
|---|---|---|
| Lidwoord | de fles | De fles is leeg. |
| Meervoud | flessen | Twee flessen wijn. |
| Verkleinwoord | flesje | Een flesje bier. |
| Samenstelling | flessenpost | Een bericht in een flessenpost. |
Fles in een zin
- Ze opende de fles champagne.Neutraal en feestelijk.
- Het bedrijf is op de fles gegaan.Betekent: failliet gaan.
- De baby drinkt uit de fles.Alledaags, over zuigelingenvoeding; ook *aan de fles* bij zuigelingen.
Uitdrukkingen
- Op de fles gaan is failliet gaan of kapotgaan.
- Aan de fles zijn is veel drinken, een verwijzing naar alcoholisme.
- Flessentrekker is een oplichter die mensen met een truc geld afhandig maakt.
- Flessenpost is een bericht in een gesloten fles.
Wat betekent āop de fles gaanā?
Failliet gaan of eindigen; het is een informele uitdrukking.
Is fles ook een scheldwoord?
Nee, maar *flessentrekker* is wel een kleurrijk woord voor een oplichter. Een *fleshals* is de smalle bovenkant van de fles, ook figuurlijk de smalle doorgang in een proces.