Vork: een tafelgerei met een lange geschiedenis
Een vork is eetgerei met twee of meer tanden waarmee je voedsel prikt, en een tuingereedschap met lange tanden.
Een vork is eetgerei met tanden. Hoe de vork in de steel zit, weet je pas als je het hele verhaal kent, en wie een vorkje meeprikt, eet zonder veel poespas mee. Vorken kwamen pas laat aan tafel: in de middeleeuwen at men met de hand.
- Eetgerei met tanden. *Pak een vork voor de sla.*
- Tuingereedschap. *Hij spit het land met een vork.*
- Splitsing of tweetakkige onderdelen. *De voorvork van een fiets.*
- Verwant: lepel. Beide horen bij het bestek.
Vormen
| Vorm | Woord | Voorbeeld |
|---|---|---|
| Lidwoord | de vork | De vork ligt links. |
| Meervoud | vorken | Vier vorken. |
| Verkleinwoord | vorkje | Een vorkje prikken. |
| Samenstelling | tuinvork, hooivork | De hooivork. |
| Verwant | vorkheftruck | Een vorkheftruck. |
Voorbeeldzinnen
- Leg de vork links van het bord.Servies- en etiquettetaal.
- Zo zit de vork in de steel.Idioom: dit is de werkelijke toedracht.
- Blijf je nog een vorkje meeprikken?Informeel: blijf je mee-eten?
Herkomst en uitdrukkingen
- Het woord komt uit het Latijn *furca*, 'tweetandige vork'; vergelijk Frans *fourche*.
- Een vorkje prikken: gezellig of eenvoudig eten.
- Hoe zit de vork in de steel?: wat is er werkelijk aan de hand?
- In Nederland en Vlaanderen eet men traditioneel met vork in de linker- en mes in de rechterhand.
Is een vork hetzelfde als een lepel?
Nee. Een lepel is hol voor vloeistoffen; een vork heeft tanden om te prikken.
Waarom heet het een voorvork?
Omdat het de vork is aan de voorkant van een fiets of motor, waar het wiel in zit.