Engel: bode van de hemel
Een engel is een hemels wezen dat als bode van God optreedt. Figuurlijk noem je een heel lief mens een engel.
Een engel is een hemelse bode. Het woord komt van het Griekse *angelos*, dat ‘boodschapper’ betekent, en een engel is dus eerst en vooral iemand die iets overbrengt. Pas later kregen engelen vleugels en een stralenkrans in de beeldende kunst, vooral in de middeleeuwen en de barok.
- Hemels wezen. *De engel verscheen aan de herders.*
- Heel lief mens (figuurlijk). *Je bent een engel dat je helpt.*
- Beschermer. *Een engelbewaarder.*
Engel in vormen
| Vorm | Woord | Opmerking |
|---|---|---|
| Lidwoord | de engel | mannelijk |
| Meervoud | engelen | gewone -en |
| Verkleinwoord | het engeltje | vaak: lief kind |
| Samenstelling | engelengeduld | ook engelbewaarder |
| Bijvoeglijk | engelachtig | zoals een engel |
Engel in de zin
- In het kerstverhaal verschijnt een engel.Religieus; traditioneel.
- Ze heeft engelengeduld met die kinderen.Uitdrukking; spreektaal.
- Zijn dochtertje is een echt engeltje.Verkleinwoord; liefkozend.
Engel, Engels en de engelenbak
- Duivel. De tegenhanger van de engel in het christendom.
- Hemel. Engelen horen thuis in de hemel, de plek van God.
- Engelenbak. De goedkoopste, bovenste rang in een theater; die plek zit het dichtst bij het plafond.
- Engels. Let op: *Engels* is de taal van Engeland; *engel* is het hemelse wezen, met een extra s aan het eind; de een is een wezen, de ander een taal of afkomst.
Wat is engelengeduld?
Zeer groot, bijna onuitputtelijk geduld.
Wat is de engelenbak?
De bovenste rang in een schouwburg.
Is engel hetzelfde als Engels?
Nee, het zijn twee verschillende woorden.