Doel: van voetbaldoel tot levensdoel
Een doel is iets wat je wilt bereiken, of in sport het stuk waarin je de bal moet krijgen. Het woord wijst ook op een mikpunt.
Het woord doel bedoelt zowel een plek als een streven. In de voetbalwedstrijd is het de ruimte tussen de palen waar de bal in moet, in het dagelijks leven het punt waar je naartoe werkt. Het was oorspronkelijk een mikpunt, en die betekenis leeft voort in het doelwit, het punt waarop een actie is gericht.
- Beoogd resultaat. *Zijn doel is een diploma.*
- Mikpunt. *Het doel raken.*
- Sport: het doel waarin gescoord wordt. *De bal in het doel schieten.*
- Strekking. *Het doel van de bijeenkomst.*
- In samenstellingen. *Doelgroep, doelstelling, doelloos.*
Vormen
| Vorm | Woord | Voorbeeld |
|---|---|---|
| Lidwoord | het doel | Het doel is bereikt. |
| Meervoud | doelen | Mijn doelen voor dit jaar. |
| Verkleinwoord | doeltje | Een klein doeltje. |
| Samenstelling | doelman | De doelman redde alles. |
Doel in een zin
- Zijn doel is een eigen bedrijf te beginnen.Neutraal, over een streven.
- De bal ging net naast het doel.Sport, voetbaltaal.
- Het doel heiligt de middelen.Spreekwoord: voor een goed doel zijn alle wegen geoorloofd.
Doel, doelwit en bedoeling
- Doel is het gewenste resultaat of mikpunt.
- Doelwit is het mikpunt van een actie, vaak persoon of voorwerp.
- Bedoeling is wat iemand van plan is: *Het was niet mijn bedoeling*.
- Doelpunt is een gescoord punt in sport.
- Opzet is een ander woord voor de bedoeling, vooral in het strafrecht: zie opzet.
Wat is het verschil tussen doel en doelwit?
*Doel* is wat je wilt bereiken; een *doelwit* is degene of datgene waarop je richt.
Is het ‘het doel’ of ‘de doel’?
Het is een het-woord: *het doel*, *de doelen*.