Loog of loog? Een bijtende stof en een leugen
Loog is een sterk basische oplossing, bijvoorbeeld van natrium- of kaliumhydroxide. Loog is ook de verleden tijd van liegen.
Loog heeft twee heel verschillende betekenissen die je alleen uit de zin haalt. Als zelfstandig naamwoord is loog een sterk basische, bijtende vloeistof, als werkwoordsvorm is het de verleden tijd van liegen: hij loog. Het gaat om twee woorden die toevallig dezelfde vorm hebben.
- Bijtende vloeistof. *Met loog maakt men zeep en ontstopt men afvoeren.*
- Chemisch. *Natronloog is een bekende loog in het laboratorium.*
- Verleden tijd van liegen. *Hij loog over zijn leeftijd.*
- Ook bij zij en het. *Ze loog dat ze ziek was.*
Vormen
| Vorm | Woord | Voorbeeld |
|---|---|---|
| Zelfstandig naamwoord | de loog | Een sterke loog. |
| Meervoud | de logen | Bijtende logen. |
| Werkwoord liegen | ik loog | Ik loog niet. |
| Meervoud verleden tijd | wij logen | We logen niet. |
| Voltooid deelwoord | gelogen | Hij heeft gelogen. |
Loog in een zin
- Doe handschoenen aan, want loog is bijtend.Instructie; neutraal en veiligheid.
- Zij loog over haar afspraak, maar iedereen merkte het.Spreektaal; verleden tijd van liegen.
- De zeepmaker mengt vet met loog.Ambachtelijk gebruik.
Loog en liegen
- Verwant aan een leugen. Liegen, loog, gelogen: een sterk werkwoord, vergelijk leugen.
- Loog in de zeepindustrie. Loog reageert met vet tot zeep.
- Voorzichtig. Loog is gevaarlijk voor huid en ogen.
- Spelling. De verleden tijd is loog, het meervoud logen: wij logen.
Is loog hetzelfde als zuur?
Nee, loog is het chemische tegenovergestelde van zuur; samen kunnen ze elkaar neutraliseren.
Hoe herken ik welke betekenis loog heeft?
Aan de zin: staat er een onderwerp als hij of zij, dan is het liegen; gaat het om een vloeistof, dan is het de stof.