Saus: van tartaar tot sauzen met een roller
Een saus is een vloeibare of dikke vloeistof die je bij een gerecht serveert om smaak te geven. Sauzen is ook het aanbrengen van muurverf.
Een saus maakt een gerecht compleet. Wie een muur gaat sauzen, werkt dus niet met eten maar met verf. Zo kent het Nederlands twee gebruiken van hetzelfde woord, naast soep en peper in de keuken.
- Smaakmaker bij eten. *De saus bij de pasta is rijk.*
- Vloeistof die over iets heen gaat (muurverf). *We sausen de woonkamer in een weekend.*
- Figuurlijk: opsmuk. *Hij gaf het verhaal een sausje.*
- Een gerecht in saus. *Gestoofd rundvlees in saus.*
Vormen
| Kenmerk | Vorm | Voorbeeld |
|---|---|---|
| Lidwoord | de saus | De saus is heet. |
| Meervoud | sauzen | Vijf soorten sauzen. |
| Verkleinwoord | sausje | Een sausje erbij. |
| Werkwoord | sauzen | Ze sauzen de muur. |
| Samenstelling | pindasaus | Satésaus met pinda. |
Saus in een zin
- Doe wat saus over de patat.Gewone omgangstaal, vooral in Nederland en Vlaanderen.
- We moeten de gang nog sauzen.Verfwerk; sauzen is dagelijkse taal onder klussers.
- Je vergeet de saus bij het vlees.Neutraal.
Herkomst en samenstellingen
- Saus komt van het Franse *sauce*, dat teruggaat op het Latijnse *salsa*: 'gezouten'.
- Sauzen is een eigen werkwoord: muren of plafonds met een laag latexverf bedekken.
- Bekende combinaties zijn pindasaus, tomatensaus, tartaarsaus, en daarnaast de uitdrukking *een sausje* over iets heen leggen: het mooier voorstellen dan het is.
Is saus hetzelfde als jus?
Nee. Jus is het natuurlijke braadvocht van vlees, terwijl saus bewust wordt bereid met bijvoorbeeld bloem, room of boter.
Wat betekent sauzen precies?
Het aanbrengen van een laag latexverf op een wand of plafond; het woord wordt alleen in die klusbetekenis gebruikt.