In koor: zingen, kerkruimte en gezamenlijk roepen

Een koor is een groep zangers die samen zingen, of het gedeelte van een kerk bij het altaar. 'In koor' betekent: allemaal tegelijk.

Een koor is een groep zangers die samen een stuk uitvoeren. In het Nederlands bestaat het woord al eeuwen als leenwoord uit het Latijn chorus, dat teruggaat op het Griekse 'choros', een dans in een kring. Je vindt het ook in de kerk, waar het koor het gedeelte bij het altaar is.

Vormen

VormWoordVoorbeeld
Zelfstandig naamwoordhet koorHet koor zingt.
Meervoudde korenDrie koren treden op.
Verkleinwoordhet koortjeEen klein koortje.
Samenstellingkinderkoor, mannenkoorHet kinderkoor won de prijs.
Samenstellingkoorzang, koorknaapMooie koorzang.

Koor in een zin

Koor, lied en kerk

Een koor zingt een lied vaak in meerdere stemmen: sopraan, alt, tenor en bas. In de kerk was het koor oorspronkelijk de plek voor de geestelijken die het gezang verzorgden. Het Engelse 'choir' en 'chorus' horen bij dezelfde woordfamilie. Een koorknaap is een jongen die in een kerkkoor zingt, een koorleider is de dirigent.

Is koor een de- of een het-woord?

Het is een het-woord: het koor, ook als je 'het kerkkoor' zegt.

Wat is het verschil tussen koor en orkest?

Een koor zingt, een orkest speelt instrumenten. Een groot werk, zoals de Mattheüs Passion, vraagt beide.

Bronnen

WhatsAppXTelegramFacebook

Meer woorden van 4 letters