Het ding, het dingetje: een woord voor alles
Een ding is een voorwerp of zaak waarvan je de naam niet noemt of niet weet. Het is een zeer algemeen woord voor van alles.
Het woord ding is een van de meest gebruikte zelfstandige naamwoorden: je kunt er vrijwel alles mee aanduiden. Ding betekende in het Middelnederlands niet alleen āvoorwerpā maar ook ārechtszaakā of āvergaderingā, en dat leeft voort in het werkwoord dingen, zoals in dingen naar een prijs. Het woord hoort bij zaak en spul.
- Voorwerp. *Wat is dat voor een ding?*
- Zaak of kwestie. *Dat zijn de dingen van het leven.*
- Aanduiding als je het woord kwijt bent. *Geef me dat dingetje even aan.*
Vormen
| Vorm | Woord | Voorbeeld |
|---|---|---|
| Lidwoord | het ding | Het ding doet het niet. |
| Meervoud | dingen | Veel dingen. |
| Verkleinwoord | dingetje | Een dingetje voor de tafel. |
| Verwant werkwoord | dingen | Naar de prijs dingen. |
Ding in een zin
- Geef me dat ding even aan.Informeel; je kent de naam van het voorwerp niet.
- Dat is het ding.Betekent: dat is het probleem of de kern.
- Er gebeuren vreemde dingen.Algemene zin; *dingen* vervangt hier āgebeurtenissenā.
Een woord dat vergaderde
- Middelnederlands. *Dinc* betekende rechtszaak of vergadering, net als *thing* in de Scandinavische talen; in Noorwegen heet het parlement nog altijd *Storting*.
- Dingen naar. Wie ādingt naarā een functie of prijs, streeft ernaar; het werkwoord betekende oorspronkelijk onderhandelen.
- Bedingen en verdingen horen bij dezelfde stam.
Is ding een het-woord?
Ja: *het ding*, twee *dingen*. Het verkleinwoord *dingetje* wordt veel gebruikt voor een onbenoemd voorwerp.
Is ādingetjeā netjes?
Het is informeel; in schrijftaal kies je liever een preciezer woord.