Bus: voertuig, blik en brievenbus in één woord
Een bus is een groot voertuig voor passagiers, maar ook een cilindervormig blik of een brievenbus. Het woord is eigenlijk de verkorting van omnibus.
Een bus brengt je naar je werk, naar school of naar het strand. Het woord is een verkorting van omnibus, Latijn voor 'voor allen'. Daarnaast duikt bus op in totaal andere plaatsen: de brievenbus en de spuitbus.
- Voertuig. *Ik neem de bus naar school.*
- Cilindervormig vat. *Een bus verf.*
- Brievenbus. *De post zit in de bus.*
Vormen
| Vorm | Woord | Voorbeeld |
|---|---|---|
| Lidwoord | de bus | De bus komt eraan. |
| Meervoud | bussen | Drie bussen. |
| Verkleinwoord | busje | Een busje met bagage. |
| Samenstelling | brievenbus, schoolbus | Veel in dagelijks gebruik. |
Bus in een zin
- De bus is te laat vanwege het verkeer.Neutraal.
- Ik heb de bus gemist, dus ik kom later.Alledaags, ook in Vlaanderen.
- Het pakket zit al in de bus.In de brievenbus; een korte vorm.
Herkomst
Het woord komt uit het Latijn: *omnibus* betekent 'voor allen', een vervoermiddel waarin iedereen mee mocht. De vorm *bus* ontstond door afkorting van omnibus. Daarnaast bestond er in het Nederlands een apart woord *bus* voor een rond vat of doosje, afgeleid van het Latijnse *buxis*. Dat verklaart brievenbus en spuitbus. Voor het gewone vervoer gebruik je naast de bus ook de auto of de fiets. Het woord noemt dus twee heel verschillende voorwerpen, het openbaar vervoer en het blikje of de brievenbus, en dat verklaart waarom je soms moet nadenken welke bus iemand bedoelt.
Wat is het meervoud van bus?
Bussen.
Is een busje hetzelfde als een bus?
Nee, een busje is een kleine bestelwagen of minibus.