Duw: een zetje met je hand, en een duwtje in de rug
Een duw is een korte beweging waarmee je iets of iemand van je af beweegt of vooruit stuwt. Figuurlijk is een duwtje in de rug een aanmoediging.
Een duw is een kort, krachtig zetje. Soms is het precies wat je nodig hebt: een duwtje in de rug om eindelijk te beginnen. Het woord is het zelfstandig naamwoord bij het werkwoord duwen, en het wordt letterlijk en figuurlijk gebruikt. De bijbehorende uitdrukking een duwtje in de rug betekent een kleine aanmoediging, en het werkwoord duwen is regelmatig. In het verkeer kun je ook duwen aan een fiets of een kar.
- Zetje met de hand. *Hij gaf de deur een duw.*
- Figuurlijke aansporing. *Een duwtje in de rug om te solliciteren.*
- Stam van duwen. *Duw de kar maar vooruit.*
Vormen
| Vorm | Woord | Voorbeeld |
|---|---|---|
| Lidwoord | de duw | De duw was zacht. |
| Meervoud | duwen | Twee duwen. |
| Verkleinwoord | duwtje | Een duwtje in de rug. |
| Werkwoord | duwen | ik duw, ik duwde, ik heb geduwd |
Duw in een zin
- Met een stevige duw ging de deur open.Letterlijk, neutraal.
- Ze had een duwtje in de goede richting nodig.Figuurlijk: een beetje aansporing.
- De kinderen kregen geen duw, maar kwamen vanzelf.Vergelijking; neutraal.
Duwen, trekken en andere zetjes
- Een duwtje in de rug: een kleine aansporing om iets te beginnen.
- Duw- en trekwerk: gedrang of gehaast samenwerken bij het verplaatsen van iets; ook figuurlijk bij een gesprek.
- Een duw geven: letterlijk iets vooruit stuwen.
- Verwante woorden: een stoot is harder en een klap is een slag.
Wat is het meervoud van duw?
Duwen, net als het werkwoord.
Wat is het verschil tussen duw en stoot?
Een duw is zachter en gaat meer in een rechte lijn; een stoot is korter en harder.