Bont: veelkleurig als bijvoeglijk naamwoord, pels als zelfstandig
Bont betekent veelkleurig of gevlekt, en als zelfstandig naamwoord de pels van dieren. Het zit ook in uitdrukkingen als het te bont maken.
Het woord bont wijst op alles wat veelkleurig, gevlekt of gemengd is, en ook op de pels van dieren die tot kleding wordt verwerkt. Wie het ‘te bont maakt’, gaat te ver, en wie ‘bont en blauw’ is, zit onder de blauwe plekken. Zo loopt een woord voor kleur over in woorden voor gedrag en pijn.
- Veelkleurig of gevlekt. *Een bonte jurk met bloemen.*
- Pels van dieren. *Een jas met echt bont.*
- Gemengd, gevarieerd. *Een bont gezelschap.*
- Overdreven (in het te bont maken). *Hij maakte het te bont.*
Vormen van het woord
| Vorm | Woord | Voorbeeld |
|---|---|---|
| Bijvoeglijk | bont | De jas is bont. |
| Verbogen vorm | bonte | Een bonte jurk. |
| Vergrotende trap | bonter | Bonter dan gisteren. |
| Overtreffende trap | bontst | Het bontst van allemaal. |
| Zelfstandig naamwoord | het bont | Nepbont op de kraag. |
Zo gebruik je het in een zin
- Het was een bonte stoet van kleurrijke figuren.*Bont* beschrijft variatie, ook figuurlijk.
- De koningin droeg een mantel met bont.Zelfstandig naamwoord: pels, vaak als rand.
- Je maakt het wel erg bont!Uitdrukking: je gaat te ver; informeel.
Uitdrukkingen met bont
- *Bonte avond*: een avond met allerlei gevarieerde optredens, vaak bij een vereniging.
- *Bont en blauw*: vol blauwe plekken, vooral na een pak slaag of een val.
- *Het te bont maken*: de grenzen van het redelijke overschrijden.
- *Bont* is verwant met het Duitse *bunt*, dat eveneens ‘veelkleurig’ betekent. Zie ook kleur en de jas waarvan het bont de rand vormt.
Is bont hetzelfde als kleurrijk?
Bijna: *bont* zegt dat verschillende kleuren door elkaar staan, *kleurrijk* dat de kleuren sterk of rijk zijn.
Is bont een bijvoeglijk of een zelfstandig naamwoord?
Beide: *bont* kan veelkleurig betekenen (bijvoeglijk) of pels (*het bont*, zelfstandig).