Bont: veelkleurig als bijvoeglijk naamwoord, pels als zelfstandig

Bont betekent veelkleurig of gevlekt, en als zelfstandig naamwoord de pels van dieren. Het zit ook in uitdrukkingen als het te bont maken.

Het woord bont wijst op alles wat veelkleurig, gevlekt of gemengd is, en ook op de pels van dieren die tot kleding wordt verwerkt. Wie het ‘te bont maakt’, gaat te ver, en wie ‘bont en blauw’ is, zit onder de blauwe plekken. Zo loopt een woord voor kleur over in woorden voor gedrag en pijn.

Vormen van het woord

VormWoordVoorbeeld
BijvoeglijkbontDe jas is bont.
Verbogen vormbonteEen bonte jurk.
Vergrotende trapbonterBonter dan gisteren.
Overtreffende trapbontstHet bontst van allemaal.
Zelfstandig naamwoordhet bontNepbont op de kraag.

Zo gebruik je het in een zin

Uitdrukkingen met bont

Is bont hetzelfde als kleurrijk?

Bijna: *bont* zegt dat verschillende kleuren door elkaar staan, *kleurrijk* dat de kleuren sterk of rijk zijn.

Is bont een bijvoeglijk of een zelfstandig naamwoord?

Beide: *bont* kan veelkleurig betekenen (bijvoeglijk) of pels (*het bont*, zelfstandig).

Bronnen

WhatsAppXTelegramFacebook

Meer woorden van 4 letters